
Kennis van bodem, mest en kuil omzetten in een bemestingsplan op maat

Bodemanalyses geven bijvoorbeeld een advies over de hoeveelheid aan te wenden stikstof, maar laten in het midden welke stikstofvorm het meest verstandig is. Het analyseformulier geeft geen advies in het moment van bemesten. Terwijl de timing een grote invloed heeft op de benutting van mest. Dan de mestanalyses, ervaring leert dat er veel variatie zit in de mest. Afhankelijk van het rantsoen van de veestapel, de diersoort en de hoeveelheid spoelwater in de kelder liggen hieraan ten grondslag. De trend is dat mest steeds minder stikstof bevat. Op bedrijven die veel mais voeren bevat de mest doorgaans ook minder kali. Veehouders zien meer en meer het belang van de bodem-, kuil- en mestanalyses, maar hoe zetten we deze informatie om in een slim bemestingsplan? Deze complexiteit vraagt om kundige toepassing. We zetten enkele tips op een rijtje:
Benut de groeidagen, bemest dus vroeg in het voorjaar
Proeven van Triferto wijzen er op dat een vroege bemesting met ureum/ammoniumhoudende meststoffen de voorkeur heeft. Dat geeft tot 7 % extra opbrengst ten opzichten van traditionele bemesting met KAS 27. Als de drijfmest en kunstmest te laat gegeven wordt is er in elk geval verlies van groeidagen. De plant wil wel groeien, maar het ontbreekt dan aan stikstof, met een verlies van droge stof opbrengst in het vroege voorjaar die kan oplopen tot ongeveer 50 kilo per dag is. 10 dagen te laat bemesten betekent dus 500 kilo opbrengstverlies per hectare. Door vroeger te bemesten wordt het ‘gat’ gedicht.
Kies voor kwaliteit in plaats van droge stof
Een hoge voedingswaarde is absoluut noodzakelijk om het beste economische resultaat te halen. Triferto onderzocht het effect van ASS, Entec en Novurea-S op de opbrengst en kwaliteit van de eerste snede gras. De stikstof in de eerste twee producten bestaat voor 30 procent uit nitraat en voor 70 procent uit ammonium, terwijl Novurea 15 procent ammonium en 85 procent ureum bevat. Duidelijk is dat de proefvelden die vroeg werden bemest met Novurea de hoogste eiwitopbrengsten realiseerden. Bovendien was het eiwit het meest bestendig. In een goede kuil zien we bij voorkeur een lager gehalte oplosbaar eiwit en meer bestendig eiwit. Dit stimuleert de melkgift en de aanmaak van melkeiwit. Conclusie, de (eiwit)kwaliteit van gras is te sturen met stikstof, kies de juiste stikstofvorm bij het moment van strooien.
Kali voor winterhardheid
Ook kali verdient aandacht, dit element speelt een rol bij de stevigheid van celwanden. In het najaar geven de meeste veehouders nauwelijks drijfmest. Doorgaans halen ze vanaf augustus nog twee snedes van het land. Daarmee onttrek je 50 tot 100 kilo kali. Een goede kalivoorziening is dus erg belangrijk, bovendien gelden voor het gebruik van kali geen restricties. Kali zorgt voor transport van koolhydraten van wortels naar de bovengrondse delen. Hiermee speelt het een belangrijke rol bij de waterhuishouding van bodem en plant. Als de voedingsstroom naar de bovengrondse delen niet goed verloopt, dan stagneert de groei. En dit gaatdan ten koste van de opbrengst.. Een meststoffen blend, bestaande uit stikstof én kali is hier de oplossing.
Aandacht voor spoorelementen
De praktijk leert dat er steeds minder mest aangewend wordt, waardoor niet alleen de aanvoer van stikstof en fosfaat minder wordt, ook die van andere elementen. Bovendien neemt de benutting van sporenelement vanuit de bodem af, omdat de wortels van gewassen zich minder sterk ontwikkelen als er minder fosfaat wordt verstrekt. Natrium is hier een voorbeeld van, het is de smaakmaker van gras. Zeker in het najaar is smakelijkheid bepalend voor de ruwvoeropname. Elke kilo droge stof extra opname staat voor 2 kilo melk, kan als vuistregel genoemd worden. Een tweede spoorelement is selenium, dat door het effect op vruchtbaarheid belangrijk is voor jongvee en dragende koeien. Het selenium-gehalte van gras is heel effectief via de bemesting te beïnvloeden, ook op kleigrond. Het wordt bovendien vastgelegd in een vorm die koeien goed kunnen opnemen. Natrium en Selenium kunnen eenvoudig met een stikstofbemesting in één werkgang mee gestrooid worden.
Tot slot
We zien in de praktijk dat gehaltes in de bodem structureel dalen. Een effect die ook in de voederwaarde-analyses gezien wordt. Dit is op twee manieren op te lossen. De tekorten compenseren door te investeren in het krachtvoer of via mineralenmixen in de voermengwagen. Een tweede optie is te kiezen voor het ruwvoerspoor, via de bemesting van het gras. In beide gevallen is een goede afstemming met de adviseur noodzakelijk.
Tekst: Ronald van Hal