Onderzoek GD: ondanks aangescherpt droogzetbeleid minder klinische mastitis

Het onderzoek werd tussen mei 2016 en april 2017 uitgevoerd. In totaal deden 266 melkveehouders mee, waarvan 166 met een melkstal, 73 met een melkrobot en drie met beide melksystemen.
Vrijwel alle veehouders (99 procent) pasten selectief droogzetten toe. Daarbij kregen 53 procent van de koeien geen droogzetinjector. 76 procent van de bedrijven gebruikten teatsealers die gemiddeld werden ingezet bij 55,1 procent van de droog te zetten koeien.
In de onderzoeksperiode werden 27,4 gevallen van klinische mastitis per 100 koeien per jaar geregistreerd. Dit was minder dan bij een vergelijkbare studie in 2013, toen er 32,2 gevallen per 100 koeien waren. GD meldt dat bedrijven waar veel koeien met antibioticum werden drooggezet, ook vaker te maken hadden met gevallen van klinische mastitis. Andersom lag het aantal nieuwe uierinfecties bij de opstart van de lactatie hoger op bedrijven die minder koeien droogzetten met antibiotica.
Stellingen
De deelnemende bedrijven vulden ook een vragenlijst in. Daarop konden ze aangeven met een score van 1 (oneens) tot 5 (eens) aangeven wat ze van de stellingen vonden. Veehouders zijn het vooral eens met de stellingen ‘Ik vind het terugdringen van het antibioticumgebruik belangrijk’ (4,7), ‘Met weinig gebruik van antibiotica kan ik nog steeds een goede boer zijn’(4,7) en ‘Ik ben op de juiste manier bezig met selectief droogzetten’ (4,6).
Het laagst scoorden de stellingen; Voor melkveehouders met een AMS is het moeilijker om gericht een antibioticum in te zetten’ (1,7), Voor melkveehouders met een AMS is het moeilijker om mastitis te herkennen (1,9) en ‘Er zijn genoeg alternatieven voor antibiotica op de markt om mastitis te genezen’ (2,0).