Column: Tussen de stieren

Wat we al wisten, maar ons nog bewuster van zijn geworden is het grote nadeel van een bedrijf op afstand. Onze medewerkers doen daar ’s morgens in een kleine 2 uur hun werk. Soms zijn wij daar bij en soms kom ik daar later op de dag voor controle voor zowel de uitvoer van taken als het dierenwelzijn en soms kom ik er een paar dagen niet. Dit is te weinig, want zo mis je de dingen die fout (dreigen) te gaan. Bij zo´n bezoek is er namelijk weleens iets aan de hand, waardoor je achteraf blij bent dat je er geweest bent. Een stier tussen de ligboxen, een stiertje onder de nekbuis doorgegaan, een kalf met plotseling gasvorming in de pens, waterleiding gesprongen, een kalf met longontsteking, kortom: een breed skala aan mogelijkheden. Met jongvee van verschillende bedrijven is er ook een constante beweging van bacterien en virussen in de jongste groepen met longontsteking tot gevolg, waardoor het beter zou zijn om er minstens twee keer per dag te komen, om dit beter onder controle te houden.
Ontslag uitdelen
Het werkt ook zeker niet onervaren personeel aan het werk te hebben. Je bent er niet bij om de nodige begeleiding te geven. Want ook al neem je de gezondheid van de stieren voor jouw rekening, dan nog gaat er links- en rechtsom veel wat ik liever anders had gezien. Zo word er soms ´opgeruimd´, maar niet zoals de bedoeling is. De maiskuil word niet op de juiste manier behandeld, waardoor je onnodig voer verliest. Of er word in een onlogische volgorde gewerkt, waardoor er teveel uren worden gemaakt. Efficientie en werksnelheid liggen bij mij voorop. Dat is nodig om het te laten renderen. En ik weet ook, dit valt niet altijd te verwachten van een medewerker, omdat deze met hele andere beweegredenen op jouw erf rond loopt. Alle onervarenheid die ik er ondertussen aan het werk heb gehad, heeft mij zeker een hoop geld gekost. Hierdoor moeten we weleens hard zijn. Ontslag uitdelen. Of strepen zetten; tot hier en niet verder. Dat is het minst leuke aan ons werk; hard op hard spelen, omdat jouw zaak anders op een fiasco uitloopt. Op zo´n moment merk ik even dat we in de landbouw net zo hard in de bussiness mee draaien als in iedere andere sector zonder vee. Dat is niet waarvoor wij boer zijn geworden.
Jerseystiertjes
Op de proef heb ik wat Jerseystiertjes lopen van ons melkveebedrijf. Volbloed, maar ook kruising met blauwe belgen. Die Jersey´s, dat waren tot voor kort leuke stiertjes, die qua groei wat minder goed meekomen dan de rest, maar wel efficient groeien. Maar nu... De oudste is nu een jaar. Vorige week hebben we deze verplaatst naar de groep die straks naar de slacht gaat. Oei oei... Koos is altijd heel stoer tussen de stieren en jaagt de stieren weg als ze te dichtbij komen. Maar als deze Jersey erom lachen kon, had hij het ongetwijfeld gedaan. Hij knipperde nog niet eens met zijn ogen! Het enigste wat het bruine beest deed was een stap naar voren, briesen, met zijn kop heen en weer schudden, de scherpe hoorns naar voren en een zeer dreigende blik in zijn ogen laten zien. Dit leuke beestje was veranderd in een heuse stier! Vergis je niet, dit kleinste beest van de groep staat zijn mannetje. En waarschijnlijk – Jersey eigen- is het zelfs de baas in de groep.
Gebroken rug
Wat in het afgelopen jaar me nog het meest is bijgebleven als vervelend, was de mooie stier die één dag voor de slacht zijn rug breekt doordat een ander erop sprong. Dit soort ongelukken wil je graag voorkomen, maar helaas... We kunnen alleen maar ons best doen om mooie beesten te krijgen door goede en vooral ervaren zorg, en dat is waarvoor we in het tweede jaar hard voor knokken!