Jos Knoef noemt tussenkalftijd ‘helemaal niet interessant’

„Zelf ben ik geen gebruiker van het aAa-systeem”, begon Knoef, „maar ik sta er ook niet negatief tegenover. Bedrijven die met het systeem werken, hebben doorgaans uniforme koppels koeien met een mooie balans tussen kracht en melktype.” De veehouder melkt 130 koeien (en houdt 220 stuks jongvee), welke een rollend jaargemiddelde realiseren van 11.487 kilo melk met 4,09 procent vet en 3,61 procent eiwit.
Uiergezondheid heel belangrijk
Knoef noemt de uiergezondheid uitermate belangrijk, in tegenstelling tot de vruchtbaarheid. „Problemen met de uiergezondheid kom je twee keer per dag tegen, problemen met de vruchtbaarheid maar eens in de drie weken. En als ze echt niet drachtig worden, houd je er een dikke koe aan over.” De veehouders onderschrijft dan ook het pleidooi van aAa-analist Marcel Verboom onlangs op deze site, evenals de visie van de familie Hubens onlangs in het vakblad Melkvee.
Kalven alle keren een examen
De tussenkalftijd op het bedrijf ligt tussen de 425 en 450 dagen. Er zijn koeien die Knoef pas een half jaar na de laatste kalving weer insemineert en waarbij de veehouder zich ook niet druk maakt als hij ze niet snel na het kalven weer tochtig ziet. „Koeien die maar doorgeven, waarom zou je die willen droogzetten? Een koe moet niet te vaak kalven, dat is alle keren een examen”, meent hij. Wel ziet de honderdtonner-fokker het non-returnpercentage graag omhoog gaan, al geeft hij aan heel lang door te gaan met insemineren (het inseminatiegetal bedraagt 2,76). „De eerste paar keer komt er een goede stier op, dan een goedkope en uiteindelijk de eigen stier. Die kost niks en hij doet het graag”, grapte Knoef.
Tussenkalftijd niet interessant
„Ik vind de tussenkalftijd eigenlijk helemaal niet interessant. Veel interessanter is hoe lang koeien droogstaan of hoe lang ze een dagproductie lager dan zo’n 10 à 15 kilogram hebben”, aldus Knoef. „We moesten laatst een paar koeien droogzetten die nog 30 liter per dag gaven, die hadden nog wel een paar keer terug mogen komen”, wist hij de lachers andermaal op zijn hand.
Hekel aan gebrek aan laatrijpheid
Het fokdoel op het bedrijf is een hoge levensproductie zonder veel problemen, door te fokken op uiers en benen, op Inet met aandacht voor het eiwitgehalte en met extra aandacht voor uiergezondheid, laatrijpheid en persistentie. „Ik vind laatrijpheid belangrijk, al mag dat geen excuus zijn voor een lage melkproductie. Wel heb ik een hekel aan stieren met een gebrek aan laatrijpheid, als bijvoorbeeld Bolton met een fokwaarde laatrijpheid van 85.”
Niet voor de vuist weg
Knoef heeft naar eigen zeggen de stier Win 395, de vader van de door hem gefokte stier Big Winner, te weinig gebruikt. „Het eiwit en de celgetalfokwaarde waren te laag, maar hij gaf wel persistentie en heel goede benen. Daarbij is het belangrijk dat je de juiste combinaties maakt, Win 395 kon je niet voor de vuist weg gebruiken.”
Stiergebruik
De meeste drachtigheden op het bedrijf op dit moment zijn van de stieren Big Winner, Big Spell, Big Position (Twist x Jorryn), Danillo, Jeroen, Stellando, Leonidas, Maik en Blitz. Knoef gebruikte tot voor kort Kian ook nog wel. „Van zo’n stier weet je precies wat hij doet en hoe je hem moet inzetten.”
Bijna 200.000 kilo melk
De benodigdheden om een koe 100.000 kilogram melk te laten produceren, zijn volgens Knoef: geluk, fokkerij, voeding, selectie (als vaars), verzorging, koeiengek zijn, boxbedekking (diepstrooisel), weidegang, geduld (een hoge tolerantiegrens) en consequent zijn. Het meest treffende voorbeeld van waar dat toe kan leiden, is Big Boukje 192. Ze produceerde tot dusver ruim 196.000 kilo melk met 4,61 procent vet en 3,84 procent eiwit. Ze is 18 jaar oud, loopt nog altijd in de koppel en produceert nog 30 kilo melk per dag. Haar afstamming luidt Cash x Labelle x F16 x Tops. „Er zit geen verkeerde stier tussen”, aldus Knoef.
Afgelopen zaterdag publiceerden we een video, waarin Knoef een zestal vaarzen selecteert op de potentie om honderdtonner te worden. Klik hier voor deze video.
Tekst: Anne Hiemstra
Beeld: Gerard Burgers