TIP-index na forse aanpassing nog praktijkgerichter

De Triple-A-vereniging is sinds enkele jaren lid van de NVO. Drie van de bestuursleden van de vereniging, Johan van Houwelingen, Jeroen van Maanen en Peter Aalberts, maken deel uit van het team achter de TIP, verder bestaande uit fokkerijanalist Kees van Velzen, NVO-voorzitter Jos Hooijer, onafhankelijk fokkerijadviseur Huub Peek en Joop Olieman. Om de index nog praktijkgerichter te maken, won het team informatie in bij voedingsexpert Richard ter Beek van AgruniekRijnvallei en bij adviseur Hans Dirksen van Dirksen Management Support (DMS).
'Water' produceren kost geld
In de officieel geldende index NVI is de negatieve grondprijs voor melk veranderd in een positieve waardering van lactose (en dus melk). In tegenstelling tot de voor de NVI verantwoordelijke stichting Genetische Evaluatie Stieren (GES) berekende Ter Beek echter dat het produceren van een kilo melk zonder vet en eiwit (dus ‘water’) nog altijd meer kost, dan dat deze oplevert.
Daarnaast is het zo dat een deel van de boeren in de Kringloopwijzer met forfaits blijft werken (en dus niet voor bedrijfsspecifieke excretie kiest). Voor hun geldt dat bij 10 procent meer melk bij gelijkblijvende kilo’s vet en eiwit (dus meer ‘water’), ze 5 procent meer fosfaatrechten nodig hebben, aldus Dirksen. Oftewel, de gehalten blijven belangrijk en het eiwit verreweg het belangrijkst, aldus Olieman. Ook omdat een deel van de markt – zuivelaars anders dan FrieslandCampina – de negatieve grondprijs voor kilo’s melk handhaven.
Kenmerk laatrijpheid gewijzigd
In de TIP wordt de productie hoger ingewogen dan in de NVI en is ook het onderdeel laatrijpheid gewijzigd. In het bestaande kenmerk laatrijpheid worden stieren die een hoge productie vererven namelijk benadeeld en laagproductieve dieren juist bevoordeeld. Volgens het team een ongewenste zaak.
Olieman onderzocht welken kenmerken samengaan met hoge aanhoudingspercentages van dochters van stieren en kwam tot de conclusie dat het nieuwe NVO-kenmerk laatrijpheid het sterkst correleerde. Gevolgd door de ‘gewone’ laatrijpheid en het celgetal in de derde lactatie, welke op zijn beurt hoger scoorde dan het ‘gewone’ celgetal. Andere belangrijke kenmerken waren klauwgezondheid, hoogtemaat, vruchtbaarheid, inhoud en openheid. Opvallend was dat er een negatieve relatie was tussen enerzijds hoogtemaat, inhoud en openheid, en anderzijds de aanhoudingspercentages, oftewel veel hoogtemaat zorgt voor lage aanhoudingspercentages.
Kenmerk uiers aftoppen
In de nieuwe TIP zijn daarom ook onderbalkkenmerken opgenomen, evenals klauwgezondheid. Als enige bovenbalkkenmerk zijn de uiers opgenomen, waarbij er echter bij 112 wordt afgetopt. Oftewel, stieren die hoger scoren dan 112 voor uier, hebben daar verder geen voordeel van. Het kenmerk uiers wordt bovendien relatief licht ingewogen, omdat het verband met hoge aanhoudingscijfers er nauwelijks is.
De onderbalkkenmerken die zijn opgenomen, zijn hoogtemaat, kruisligging, conditiescore en beenstand achter, waarbij te veel hoogtemaat en een te lage conditiescore worden afgestraft. Het kenmerk kruisligging wordt een optimumkenmerk en van de beenwerkkenmerken wordt alleen de beenstand achter meegenomen (koehakkigheid wordt afgestraft). Het bovenbalkkenmerk benen is dus niet opgenomen in de nieuwe TIP.
In het vakblad Melkvee dat op zaterdag 19 december verschijnt, wordt de nieuwe TIP-index nader toegelicht. Ook zullen de stieren van de decemberdraai er worden gerangschikt op basis van deze nieuwe index.
Tekst: Anne Hiemstra
Beeld: Ingrid Zieverink