Video: Duitse inspecteurs introduceren Fleckscore in Nederland
Het bezoek betekende de introductie van de Fleckscore in Nederland, hetgeen mogelijk werd nadat eerder die dag het Nederlandse Fleckvieh Stamboek en het Duitse Zuchtverband Miesbach een overeenkomst hadden getekend. Het Zuchtverband zal de komende jaren ondersteuning leveren voor het keuren van Nederlandse Fleckvieh-koeien volgens de Fleckscore. Omdat de Nederlandse koeien daarmee internationaal vergelijkbaar worden, kunnen ze als stiermoeder interessant worden voor fokprogramma’s. Bovendien is het interessant voor de export.
Onafhankelijk
Stadtler zal de komende jaren vaker naar Nederland komen om koeien met een bloedvoering van minimaal 50 procent Fleckvieh in te schrijven. Net als zijn collega’s en Luntz is hij in dienst van de Beierse overheid en daarmee onafhankelijk. In de Zuid-Duitse deelstaat werden in 2014 zo’n 50.000 dieren gekeurd, waarvan 40.000 van het Fleckvieh-ras. Opvallend is dat er tevens 1.200 derdekalfskoeien werden gekeurd.
Puur op functionaliteit
Voordat de Fleckscore werd ingevoerd, zag je volgens Luntz soms rare dingen. Bijvoorbeeld dat extreem kleine en dunne spenen konden leiden tot hoge uierwaarderingen. Ook werden de dieren in verschillende landen verschillend gewaardeerd. Daarom werd vier jaar geleden het nieuwe waarderingssysteem ingevoerd, zodat Fleckvieh overal op dezelfde manier zou worden ingeschreven. Het systeem is puur op functionaliteit gericht. „Daarnaast mag een dier ook mooi zijn, maar het gaat erom de levensduur ermee te verlengen.”
Houdt rekening met gebreken
Het systeem kwam tot stand op basis van gegevens van 355.000 vaarzen uit Duitsland, Oostenrijk, Italië en Tsjechië, evenals inspectiegegevens van bijna 5.000 tweedekalfs- en 17.000 derdekalfskoeien. De dieren worden gescoord op een lineaire schaal van 1 tot 9 en daarnaast wordt er – los daarvan – rekening gehouden met bepaalde gebreken (voorbeelden zijn een Franse stand, gespreide klauwen, een koehakkige stand, een zuchtuier, een opgetrokken uier, of stekende spenen). De bovenbalk, met 80 punten als populatiegemiddelde, wordt berekend uit de onderbalk en de inspecteur heeft de mogelijkheid om de bovenbalkscore nog wat bij te stellen.
Geen achteruierhoogte
De Fleckscore telt vier bovenbalkkenmerken: Rahmen (frame), Bemuskelung (bespiering), Fundament (benen) en Euter (uier). Het frame kent vijf onderdelen: hoogtemaat, middenhandlengte, kruislengte, heupbreedte en rompdiepte, waarbij alle vijf kenmerken daadwerkelijk worden gemeten. Bij bespiering wordt er alleen naar de buitenbilspieren gekeken, terwijl het beenwerk uit vier onderdelen bestaat: beenstand zijaanzicht, spronggewricht (droog of voos), koten (kracht) en klauwhoek. De uier telt maar liefst negen onderdelen: vooruierlengte, achteruierlengte, ophangband, uierbodem, vooruieraanhechting, voorspeenplaatsing, achterspeenplaatsing, speenlengte en speendikte. Opvallend is dat de achteruierhoogte (en -breedte) ontbreekt. De reden hiervoor is dat de bespierde achterhand hoge achteruiers in de weg zit.
Kleine uiers favoriet
Een kleine uier levert een hoge Fleckscore op. Dat dat tegenstrijdig kan zijn met de hoogte van de melkproductie, doet daar niets aan af. „De inspecteur waardeert kleine uiers, daarnaast is er de melkproductie en de boer bepaalt het moment van afvoer.” Wat in de praktijk opvalt is dat scores gemakkelijk uiteen kunnen lopen. Een achtstekalfskoe van Jansen is wat klein en gedrongen en krijgt daarom 77 punten voor haar frame. De benen zijn daarentegen uitmuntend en worden daarom beloond met maar liefst 94 punten.
Tekst: Anne Hiemstra
Beeld: Susan Rexwinkel, Bram Teeuwsen