GD: ‘Hoogdrachtige pinken niet bij melkveekoppel’

Een pink die voor afkalven bij de koppel koeien in komt kan wennen aan het rantsoen en aan de nieuwe omgeving. Ze leert bijvoorbeeld vreten uit een voerstation en ervaart geluiden, geuren en kuddegedrag wanneer andere koeien worden gemolken. Tevens krijgt ze als nieuweling te maken met de rangorde, haar positie in de groep. Dit zijn enkele voordelen die veehouders bewegen om hoogdrachtige pinken bij de melkkoeien in te doen, zo laat de GD weten op haar website.
Wennen aan vers gras
Specialisten van de GD zien echter nadelen die zwaarder wegen dan de voordelen. Pinken die niet gewend zijn aan weidegang en met de koeien wel mee buiten komen, hebben tijd nodig om te wennen aan het vreten van vers gras. Dit kan ervoor zorgen dat de jonge dieren onvoldoende droge stof opnemen. Ze gaan eigen vet verbranden, waardoor al voor afkalven een negatieve energiebalans ontstaat.
Energieniveau te hoog
Op stal schuilt volgens de diergezondheidsorganisatie eenzelfde soort gevaar. Vaak zijn de jongste dieren in de koppel het laagst in rang. Ze krijgen dan moeilijk een plek aan het voerhek en de kans bestaat dat ze niet voldoende vers voer binnen krijgen.
De GD beschrijft nog een nadeel wanneer drachtige pinken het rantsoen vreten van melkgevende koeien. Het energieniveau van het melkveerantsoen is vele malen hoger en de mineralen en vitaminen samenstelling anders dan de behoefte van de jonge dieren.
Tekst: Monica van der Hall
Beeld: Susan Rexwinkel