NVI-toppers passen niet in Nederlands fokdoel

De perspublicatie van de nieuwe stierindexen eerder deze maand zorgde al voor de nodige beroering. Door de basisaanpassing zijn de indexen aanmerkelijk lager, door de gewijzigde Inet zijn gehaltenverlagers gestegen en door de introductie van composites, zijn de exterieurfokwaarden niet langer herkenbaar. Er staan daardoor stieren in de top van de lijst, die absoluut niet in het fokdoel van de gemiddelde Nederlandse veehouder passen.
Gold Chip versus Jeroen
Wat te denken van een Gold Chip met -0,34 procent eiwit, -10 kilo eiwit en een Inet van -25. Zijn hoge index van 209 NVI-punten wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de fraaie uiers die hij geeft (116). Een stier die veel beter in het Nederlandse fokdoel past, is Aurora Jeroen met +0,21 procent eiwit, +51 kilo eiwit en een Inet van +366. Omdat hij voor uiers slechts 101 scoort, komt hij niet verder dan 178 NVI-punten.
TIP-tabel
De Totaal Index Praktijk van de NVO schat de beide stieren beter op waarde. Gold Chips totaalindex keldert met 120 punten naar een TIP van +89. Jeroens totaalindex stijgt met 70 punten tot een TIP van +248. Beide stieren zijn samen met meer dan 400 andere actuele stieren met Nederlandse dochters van verschillende rassen, terug te vinden in deze tabel, waarbij ze zijn gerangschikt op TIP en zijn omgerekend naar zwartbontbasis.
De Nederlandse Veeverbeteringsorganisatie (NVO) werpt zich op als sectorwaakhond en handhaaft vooralsnog haar huidige TIP-index. Met het oog op de verdwenen melkquotering beraadt ze zich echter op wijzigingen. Meer hierover in het Melkvee Magazine van zaterdag 25 april.
Tekst: Anne Hiemstra