'70 procent minder antibiotica wordt lastig'

Dat verwacht Hetty van Beers, directeur van de diergeneesmiddelenautoriteit SDa. Zij sprak maandag in Utrecht op een grote bijeenkomst over antibioticaresistentie, gericht op werkers in de humane en veterinaire gezondheidszorg.
'Laaghangend fruit is geplukt'
„Het laaghangend fruit is nu wel geplukt. Die maatregelen hebben vorig jaar al een reductie van 50 procent van het antibioticaverbruik opgeleverd vergeleken met 2010", aldus Van Beers. Zij noemt de halvering al een zeer goede prestatie. „En die is bereikt zonder stok achter de deur of echte dwang, maar op basis van overtuiging bij de sector zelf dat er iets moest gebeuren.”
Aangepakt
De komende jaren zullen vooral de 25 procent bedrijven met het meeste verbruik aangepakt worden. Daarbij wordt bekeken of deze bedrijven structureel of door omstandigheden zoveel gebruiken. „Uit eerste overzichten van afgelopen jaren blijkt dat sommige bedrijven het ene jaar weinig en een volgend jaar juist veel antibiotica gebruiken.”
Huisdieren
Een Twentse veearts vroeg waarom bijvoorbeeld de anderhalf miljoen huisdieren in Nederland niet bij het opgestelde reductieprogramma betrokken worden. „Die liggen naast de baas in bed ESBL-bacteriën te kwijlen”, schetste de dierenarts. Volgens Van Beers gaat daar komende jaren zeker aandacht voor komen, net als voor bijvoorbeeld paarden en andere groepen dieren waarvan het antibioticagebruik nu nog niet wordt geregistreerd.
Gezamenlijk probleem
Spreker Dik Mevius (professor antimicrobiële resistentie bij het CVI in Lelystad) waarschuwde eveneens dat resistente bacteriën een gezamenlijk probleem vormen voor mens en dier. „Wil je de strijd tegen ESBL’s (bacteriën met resistentie-eigenschappen) winnen, dan kan dat alleen een succes zijn als je het gezamenlijk doet."
De veehouderij is in het verleden gebouwd op goedkope antibiotica, zei Mevius. „Nu is de uitdaging een duurzame veehouderij zonder antibiotica op te bouwen."
Quotering
Op een vraag vanuit de zaal of het verdwijnen van de melkquota meer koeien en meer antibioticagebruik zal betekenen, was Mevius duidelijk: „Niet de grootte van een veehouderij bepaalt het probleem van resistentie, maar wel hoe je als boer je bedrijf runt en je zaken regelt.”
'Relatief gunstig'
In een videoboodschap vanuit Stockholm noemde Marc Sprenger, de Nederlandse directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding ECDC, de situatie hier relatief gunstig.
„Antibiotica wordt in Nederland verstandig voorgeschreven. In de EU krijgt gemiddeld een derde deel van de mensen met griep en dergelijke antibiotica; in Nederland is dat maar 10 procent. Bij dieren is veel antibiotica voorgeschreven, maar u heeft verstandige maatregelen genomen om dat te reduceren. Belangrijk is dat er nationaal goede afspraken zijn. In veel EU-landen zijn die er nog niet eens.”
Ziekenhuizen
De Inspectie voor de Gezondheidszorg maakt zich vooral zorgen om de situatie in ziekenhuizen. Onderzoeken bij 16 ziekenhuizen, groot en klein, academisch en niet-academisch, leveren vooralsnog geen goede resultaten op wat betreft de reductie van antibioticaresistente bacteriën, zei Merel Langelaar van deze inspectiedienst. Zij ziet wel mogelijkheden voor snelle verbetering, onder andere door medisch personeel vaker de handen te laten wassen.
Type-Ned
Belangrijk in de strijd tegen resistente bacteriën is het landelijk meldingssysteem 'Type-Ned'. Gespecialiseerde microbiologische laboratoria geven resultaten van hun onderzoeken (soort, verspreiding) snel door aan een centraal datasysteem. Dat gebeurt nu nog alleen bij menselijke patiënten. Omdat antiresistentie een gezamenlijk belang is van de humane sector en de veehouderij, moeten komende jaren ook veterinaire instituten zoals RIVM en CVI bij dit meldingssysteem worden aangesloten.
Tekst: Lauk Bouhuijzen