Inschrijving Topkuil 2013 van start

Topkuil 2013 is voor iedere melkveehouder met een voorjaarskuil interessant. Door deel te nemen krijg je als melkveehouder een goed beeld hoe jouw eigen kuil op zes verschillende parameters scoort ten opzichte van de ideale kuil. Maar deelnemers zien ook hoe er gemiddeld wordt gescoord, per grondsoort en binnen de eigen regio. Die laatste twee zijn toegevoegd na de eerste editie om een betere vergelijking te krijgen onder vergelijkbare omstandigheden. Daardoor wordt ook duidelijk op welke aspecten winst is te behalen voor de ondernemer.
Eigen kuil volgen via Mijn Topkuil
Nieuw is ook dat iedere deelnemer na inschrijving automatisch een mail krijgt met een inloglink. Daardoor kan na opgave van de kuil gevolgd worden hoe de kuil scoort ten opzichte van de collega’s die zich later aanmelden. Het volgen kan op meerdere niveau’s. De eerste is regionaal waarbij in een straal van 20 kilometer om het eigen bedrijf een overzicht wordt gemaakt van de vijf beste kuilen. Op die manier kun je bij wijze van spreken de VEM en het percentage droge stof vergelijken met je buurman. Door de interactiviteit met een Google-kaart waar alle deelnemers op worden geprojecteerd, is het vervolgens ook mogelijk om via 1 muisklik in andere regio’s van Nederland de beste kuilen te vinden met een uitsplitsing naar de parameters.
Verandering in Topkuilformule
Een topkuil is volgens de jury een kuil die voldoende voedingswaarde heeft voor een goede melkproductie (VEM en RE), dit combineert met voldoende structuur (NDF), de juiste bemesting (S-index) heeft gehad, en weinig risico heeft op broeiverliezen (DS en broeigevoeligheid). Alle facetten van een goede ruwvoerteelt komen hier in samen.
De jury van Topkuil heeft in een evaluatie wel vastgesteld dat de formule om tot de beste voorjaarskuilen te komen toch nog iets aangescherpt moest worden. De N-index en het ADL-gehalte zijn geschrapt uit de formule en daar zijn het drogestof- en NDF-gehalte voor in de plaats gekomen. Het ADL-gehalte geeft de hoeveelheid houtstof weer in een kuil en die is in de voorjaarskuilen met alleen een eerste snede laag. Een kuil bestaande uit alleen 1e snede wordt daardoor nu beter beoordeeld.
NDF-gehalte
Het NDF-gehalte vervangt de ADL als structuurwaardering. Het NDF geeft aan of de kuil voldoende celwanden bevat om de koe te laten herkauwen, zodat energie en eiwit ook goed benut worden. Daarnaast kwam uit het Inkuiljournaal van 2012 naar voren dat NDF een relatie heeft met het groeistadium van de 1e snede, en dan zowel de snedezwaarte als de kwaliteit. Het optimale maaimoment voor massa- en kwaliteitsopbrengst ligt tussen de 475 en 500 g NDF/kg DS. Deze parameter zegt dus iets over zowel het teeltmanagement, als de voedingswaarde.
Drogestof toegevoegd
Wanneer NDF en eiwit worden meegenomen in de formule, voegt de N-index weinig toe. Daarom is die vervangen door drogestof. Voor een goede opname moet het rantsoen gemiddeld 40 procent DS bevatten. Verder is drogestof ook de parameter die invloed heeft op de hoeveelheid melkzuur en azijnzuur in de kuil en die bepalen de hoeveelheid broei. Met het percentage drogestof stuurt de melkveehouder de broeigevoeligheid. Om voerverliezen tussen het inkuilmoment en het voerhek zoveel mogelijk te voorkomen dient dit zo laag mogelijk te zijn, om de risico’s op broei te voorkomen. Doordat drogestof ook iets zegt over broeigevoeligheid, weegt deze laatste minder zwaar mee in de formule.
Nieuwe Topkuilpartner
Nieuw is ook dat er een vierde Topkuilpartner is bijgekomen. Naast BLGG AgroXpertus met kuilonderzoek, OCI Agro met bemesting en Plantum met graszaden ontbrak het nog aan een mechanisatiepartner. Met Reesink Technische Handel, importeur van o.a. Kuhn weidebouwmachines, is dat nu ingevuld. Daarmee is de expertise binnen Topkuil completer geworden.
Aanmelden voor Topkuil
Melkveehouders die hun kuiluitslag al binnen hebben kunnen zich aanmelden door op de gele aanmeldknop te klikken op de Topkuilpagina.