Europese zuivelsector groeide flink maar marges bleven achter

Dit blijkt uit de nieuwste publicatie van data-analysebedrijf A-Insights. Het bedrijf analyseerde de financiële gegevens van meer dan 250 Europese zuivelbedrijven.
Bedrijven met een focus op melkpoeder en/of het food-service segment lieten de meeste groei zien: respectievelijk 13,7 procent en 13,3 procent in dezelfde periode. De marges kwamen echter onder druk. De gemiddelde EBIT-marge (winst voor aftrek van rente en belastingen) van de industrie daalde van 3,3 procent in 2016 naar 2,4 procent in 2019. Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere inkoopkosten van bedrijven en het niet volledig kunnen doorberekenen hiervan.
Nederland koploper groei
De activawaarde nam tussen 2016 en 2019 toe. Er werd over de gehele linie van de Europese zuivelindustrie geïnvesteerd in extra capaciteit. Nederlandse bedrijven zijn hierin koplopers. Als gevolg van de afschaffing van de melkquota zijn er aanzienlijke investeringen gedaan om het toegenomen aanbod van melk te verwerken. Poolse bedrijven wisten als enige de verhouding tussen omzet en activa – de kapitaalefficiëntie – fors te verhogen. Op andere vlakken presteren Poolse zuivelbedrijven ook boven gemiddeld met een gemiddelde netto-omzetgroei van 15.3 procent in 2016-2019 en stijgende exportcijfers.
Schaalvoordelen
Grotere bedrijven zijn beter in staat om de omzet en marges op peil te houden dan kleinere spelers. De winst van de grootste bedrijven (boven de 500 miljoen euro netto omzet) was consequent hoger dan de winst van kleinere bedrijven. Daar komt nog bij dat de zeer grote bedrijven het in het Covid-jaar 2020 aanzienlijk beter deden, met een kleine groei van de netto-omzet (+1.6 procent) en een verbeterde marge tot 5.7 procent. Dit is een groot contrast met kleinere bedrijven die een omzetdaling van -13.6 procent en een bedrijfswinst van 1.9 procent rapporteerden. De gegevens wijzen op duidelijke schaalvoordelen die voor grote zuivelproducenten een versterkende cyclus in het leven roepen, zoals een beter vermogen om de melkprijsdynamiek het hoofd te bieden en het hebben van een sterkere financiële positie om te onderhandelen en om te investeren. Maar er is een drempel: gemiddeld lijken echte schaalvoordelen zich pas voor te doen boven de 500 miljoen euro netto omzet.
Tekst: Mathieu Geuskens, A-Insights
Beeld: Susan Rexwinkel