Buitenlandse melkveehouder vol lof

Donderdag sprak de Nederlandse landbouw- en voedseldeskundige en Rabobank-commissaris professor Louise Fresco de boeren toe in Nijkerk. Zij polste haar internationale publiek daarbij op gebied van duurzaamheid en voedselveiligheid.
Challenge Farm
Grant Ludemann is een van de buitenlandse melkveehouders. Hij boert op het Zuider-Eiland van Nieuw Zeeland als eigenaar de Challenge Farm; vier bedrijven met melkkoeien, een bedrijf met droogstaande koeien en vijf met schapen. Hij heeft 2.200 koeien en melkt in een visgraat. Vooral GPS-mogelijkheden vallen hem hier op en ook dat Nederland al veel verder is met robotmelken. De organiserende Rabobank laat de buitenlandse boeren volgens hem eigenlijk zien hoe ver de technologie in Nederland is. Ludemann denkt te weten dat de Rabobank hoopt op investeringen.
9.000 koeien
Een andere boer, Ricardo Rios Pohl, melkt 11.000 liter per hectare. Hij heeft in Chili een melkveebedrijf met 9.000 koeien inclusief jongvee. Hij bezit 4.500 hectare grasland. De weersomstandigheden 800 kilometer ten Zuiden van Santiago zijn ideaal om melk te produceren. Maar het meest mist hij in Chili de kennis. Het opleidingsniveau ontbreekt er grotendeels.
Organisatie
Hij is onder de indruk van de Universiteit van Wageningen waar de boeren eerder deze week op bezoek waren. Rios Pohl begon een aantal jaar geleden met het melkveebedrijf omdat zijn vrouw graag één koe wilde. Rios Pohl lacht ook als hij denkt aan zijn gastboer die 300 koeien molk terwijl Pohl nog in bed lag: ”En daarna had mijn Nederlandse boer zeeën van tijd om uitgebreid samen te ontbijten. Niks geen stress. En daarna rustig naar de kaasmakerij. Zó goed georganiseerd.”
Fresco's adviezen
De aanwezige boeren hebben kunnen reageren op elkaar en de uitlatingen van Fresco, maar bovenstaande grootgrondbezitters hebben zich niet uitgesproken over duurzaamheid en voedselveiligheid. Of zij, op Fresco’s advies, rekening houden met welke ideeën over voedsel bestaan in de stad, dat zal voorlopig niet hun speerpunt zijn. Dat ze zo efficiënt mogelijk moeten produceren om het milieu zo min mogelijk te belasten, dat wel. In Chili en Nieuw-Zeeland is er veel ruimte en de kostprijs is veel lager dan in Nederland maar ze missen volgens eigen zeggen vooral de kennis om efficiënter te werken.