Draaimelkstal met robotarm

„We hebben het persbericht nu alvast gestuurd om geruchten te bevestigen, dan wel te ontkrachten”, zegt manager marktontwikkeling Erik Pel van DeLaval over de nieuwe Automatische Melk Rotor. De melkmachinefabrikant presenteerde afgelopen week de DeLaval AMR, een draaimelkstal waarin een robotarm de koeien volledig automatisch aansluit. Het gonsde volgens Pel van de geruchten dat de wereldwijde primeur er aan zat te komen, maar ook waren er geruchten dat de ontwikkeling juist was stopgezet.
Drie bedrijven
Op de EuroTier, de beurs die van 16 tot 19 november in het Duitse Hannover wordt gehouden, wordt de AMR aan het publiek gepresenteerd. „Op dit moment draait de robot wereldwijd op drie bedrijven”, aldus Pel, die aangeeft dat het Zweedse melkmachinemerk daarbij de technieken van zijn draaimelkstal en zijn Vrijwillig Melk Systeem heeft gecombineerd.
De AMR is geschikt voor grotere koppels en is in eerste instantie ontworpen in de vorm van een visgraat binnenmelker. „Maar bij een doorontwikkeling kun je uiteraard denken aan andere rotorconcepten als bijvoorbeeld een buitenmelker.” Voorlopig is de robot nog niet leverbaar. „Na de presentatie op de EuroTier vindt er een verfijning plaats.”
„Daarom komen er volgend jaar enkele testbedrijven bij en ik verwacht dat de robot vanaf 2012 of 2013 beschikbaar komt voor de praktijk”, denkt Pel, die verder niet veel informatie beschikbaar heeft. Zo is bijvoorbeeld niet bekend of de robotarm ook is in te passen in bestaande draaimelkstallen. „Uiteraard luistert het allemaal nauw”, verklaart hij.
Onrust
En wat gebeurt er als een koe het melkstel aftrapt? Een melker kan naar een koe toe lopen, maar een robot is gefixeerd op één plek. „Evenals de kosten zijn dat details waar ik op dit moment geen antwoord op kan geven. Ik hoop dat we op de EuroTier een en ander kunnen verduidelijken”, aldus de manager marktontwikkeling.
„Het zal best een keer gaan werken”, denkt de zelfstandige melkwinningsadviseur Johan Grolleman uit Zwolle. „Al vraag ik me af of zo’n robot zonder controle kan draaien. Misschien dat de melkers kunnen worden vervangen door één hoger opgeleid iemand, die de controle uitvoert. Als ik zie hoe snel hun aansluitarm nu is, moet er nog het nodige aan worden ontwikkeld om hem in een draaimelkstal te kunnen laten functioneren. Een carrousel moet namelijk zo weinig mogelijk stilstaan, omdat dat onrust veroorzaakt.”
Niet voor Nederland
„Ik zie niet dat koeien er vanzelf heen zullen gaan”, gaat Grolleman verder. „Je zult nog steeds wachtruimtes moeten vullen. Bovendien krijg je bij te grote groepen ook rangordeproblemen.” De melkwinningsspecialist denkt dat het concept voor Nederland niet geschikt is.
„Nederlandse bedrijven zijn vermoedelijk te klein. Je moet de investering met arbeid terugverdienen en eigenlijk een bedrijf hebben, waar de melkstal tenminste twaalf uren per dag draait”, aldus Grolleman. „Persoonlijk zie ik veel meer in een voorbehandelbox dan in een aansluitarm. Dus dat de uiers zijn gereinigd, voordat de koeien het platform op stappen.”
Een melkmachinemerk dat eveneens aan de ontwikkeling van een rotor met robotarm werkt, is het Ierse Dairymaster. „Onze robot zit in de testfase in de fabriek in Ierland”, vertelt Gertjan Jager, verkoopleider van het merk in Nederland, België en Denemarken. „De robot zal worden gebouwd op carrousels met 50 standen en meer. Op dit moment kunnen we met de robot een capaciteit van 160 koeien per uur halen. We komen er mee op de markt zodra de capaciteit boven de 200 koeien per uur ligt.”
Twee robotarmen
Een verschil met DeLaval is dat Dairymaster binnen het rotorsegment vanuit capaciteitsoogpunt al vele jaren alleen buitenmelkers maakt. „Wij gaan werken met twee robotarmen. Voor de koeien het platform opstappen, is er een voorbehandelarm en als ze op het platform zijn gestapt, sluit een robotarm de melkstellen aan. Op die manier creëer je ook tijd tussen het voorbehandelen en onderhangen, wat belangrijk is met het oog op het laten schieten van de melk.”
Op alle draaimelkstallen die Dairymaster sinds 2005 verkocht, kan een robotarm worden gebouwd. „Bijna alle draaimelkstallen hebben een beweegbare putvloer. Op die plek wordt dan de robotarm gemonteerd, zodat deze vier tot zes plaatsen met de koe kan meedraaien”, aldus Jager. „Als een koe het melkstel aftrapt of niet goed uit is nadat het melkstel is afgenomen, zakt er automatisch een beugel achter de koe en kan ze het platform niet af.”
„De computer meet een te lage melkgift, waardoor de koe terugkomt bij de melker. Zo zal dat ook gebeuren bij de robotarm, waarbij de veehouder een rol houdt als observeerder.” Jager schat dat de robotarm over drie tot vijf jaar beschikbaar komt en erkent dat de Nederlandse markt waarschijnlijk niet zo groot is. „De robotarm past vooral op heel grote bedrijven, waar de melkers nu ook al alleen koeien aansluiten en verder nergens naar kijken.”
Multiboxprincipe
In de carrousels van GEA WestfaliaSurge worden de koeien vooralsnog niet automatisch aangesloten. „Naast onze draaimelkstallen, die op zichzelf al verregaand zijn geautomatiseerd, hebben we het multiboxprincipe. Waar onze collega’s het éénboxprincipe verkopen, waarin 60 koeien kunnen worden gemolken, kunnen wij tot 250 koeien automatisch melken.”
Harm Ypma, afdelingshoofd marketing en verkoop in de Benelux, doelt op de melkrobot, waarbij een robotarm tot maximaal vijf boxen achter elkaar kan bedienen. „In Zweden hebben we op een bedrijf met 500 koeien onlangs twee multiboxsystemen geplaatst.”
Ook SAC is nog niet aan de combinatie van een draaimelkstal met een robotarm toe, zo geeft verkoopleider in Nederland Gerrit Aanstoot aan. „Wij introduceren pas iets als het door en door getest is, de boer moet het de volgende dag kunnen kopen”, aldus Aanstoot, die aangeeft dat er allerlei ontwikkelingen gaande zijn, maar daar verder geen uitspraken over kan doen. De melkstalmerken Fullwood en BouMatic konden eveneens bevestigen noch ontkennen met dergelijke ontwikkelingen bezig te zijn, al kan BouMatic wel een robotarm op de carrousel leveren, die de koeien sprayt.
Puur arbeidsgedreven
Lely, hofleverancier van de éénboxsystemen in Nederland, gooit het over een heel andere boeg. „Een carrousel met robotarm is zeker niet aan ons besteed”, aldus Els Versluis, marketingmanager van Lely. „Wij streven naar een manier van melken, waarbij het heel duidelijk om individuele koegegevens gaat en waarbij efficiënt en diervriendelijk wordt gemolken.”
„Wat de nieuwe robot van DeLaval doet, is alleen maar het handmatig melken overnemen. Maar het robotiseren van de handmatige handeling is niet voldoende voor succesvol management. Het managementprogramma om het melken heen is belangrijk. Deze ontwikkeling is puur arbeidsgedreven. Het opdrijven van de koeien door middel van een opdrijfhek vervang je niet, de stressniveaus blijven hoog.”
Tekst: Anne Hiemstra
Beeld: DeLaval