Maximale voerefficiëntie 1,58

Het praktijknetwerk komt tot een afronding van hun centrale vraag: 'hoe om te gaan met een aankomend drogestof-tekort bij groei van de melkveestapel'. Welk ruwvoer moet extra worden aangevoerd? Met welk krachtvoer moet dit worden aangevuld en in welke verhouding kan dit worden verstrekt? Daarnaast heeft het praktijknetwerk zich de vraag gesteld welk voersysteem daarbij past. Er zijn door de netwerkdeelnemers ervaringen uitgewisseld met andere studiegroepen, waarbij uitleg is gegeven over de wijze van voeding.
Op basis daarvan heeft het praktijknetwerk een vertaling gemaakt naar drie groepen van melkveehouderijen. Het netwerk heeft daarbij de volgende groepen onderscheiden:
- Groeien naar een veestapel met minder dan 100 koeien.
- Een veestapel tussen 100 en 150 koeien en een veestapel met meer dan 150 koeien.
Het netwerk is van mening dat de voerefficiëntie een belangrijk kengetal is, waarmee het vliegwiel opnieuw kan worden aangezwengeld om de doelen te bereiken. De afgelopen twee seizoenen heeft het praktijknetwerk ondervonden dat zowel met veel ruwvoer in het rantsoen, als met veel enkelvoudige krachvoeders in het rantsoen een goede voerefficiëntie te behalen is.
Tekst: Verantwoorde Veehouderij