Eerste Milfos-carrousel in Nederland onder de loep

De familie Ter Maat heeft sinds juli de 44-stands buitenmelker van het Nieuw-Zeelandse merk Milfos in gebruik voor hun 175 melkkoeien. Ze kozen voor het systeem vanwege Gerwins positieve ervaringen in Nieuw-Zeeland, ruim tien jaar geleden.
Hoewel hij als eerste in Nederland dit merk gebruikt, heeft hij niet het idee proefkonijn te zijn, vertelt Gerwin zijn vijf collega’s. „Europese buitenmelkers staan allemaal nog in de kinderschoenen. Dan ben je juist proefkonijn. Milfos heeft al 25 jaar ervaring.”
„Ben je wel zeker van service en onderdelen?”, willen zijn collega’s weten. Daar is Gerwin niet bang voor. „Melktec is dealer geworden in Nederland. De monteurs zijn op cursus gestuurd en ze hebben alle onderdelen op voorraad. Op dit moment alleen voor mij, inderdaad. Maar ze verwachten hier snel meer carrousels te verkopen.”
175 koeien in anderhalf uur
Eén rondje melken kost Gerwin tien tot twaalf minuten. In anderhalf uur kan hij zo in z’n eentje het standaardwerk doen; van koeien opdrijven en melken tot boxen schoonmaken. Een opdrijfhek zorgt ervoor dat de koeien, vanuit de wachtruimte voor tweehonderd dieren, goed doorlopen.
Het instappen vormt zelfs bij vaarsjes geen probleem, vertelt Gewin desgevraagd. Eruit is soms wat lastiger, maar daarvoor kan hij vanaf zijn melkplek een ‘uitdrijver’ op perslucht bedienen. In de terugloopgang zit een sprayautomaat.
Tijdens het melken verstrekt Gerwin geen brokken. „Daar waren we eerst huiverig voor, maar ze zijn veel rustiger.” De anderen herkennen dit. „Je voorkomt juist getrek en geduw, en een hoop stof!” Al laten ze zonder brokken de melk wel moeilijker schieten, is Barry’s ervaring.
De melkklauwen zijn redelijk zwaar, merken de bezoekers op. „Een tijd geleden moest het zo licht mogelijk. Maar dit melkt beter uit”, knikt Ronnie goedkeurend. De apparaten zijn erg luchtstil, waardoor Gerwin in één beweging twee spenen kan aansluiten, demonstreert hij.
Apart merk
Het systeem ziet er mooi uit, constateren de boeren, zelf geen van allen carrouselmelkers. Maar, willen ze weten, wat is er nou zo anders aan dit merk? Gerwin: „Inmiddels is het verschil niet meer zo groot. Drie jaar geleden, toen we deze carrousel uitzochten, nog wel.”
„Alleen Milfos had toen de ‘tweederonde-beugels’ om koeien die trappen, of minder dan 3,5 liter geven, nog een rondje te laten draaien. Daarnaast hoef ik deze carrousel niet in een bepaalde stand zetten of een slang aan te koppelen voor het spoelen.”
„Terwijl ik de laatste koeien aansluit, begint hij al met reinigen: de melkstellen en de stand worden automatisch schoongesproeid. Zodra alle koeien erdoor zijn, spoelt het direct. Verder werkt dit merk niet met lagers. Daardoor is het nagenoeg onderhoudsvrij.”
Geen meting
„En de prijs?”, wil Ronnie weten. Gerwin wil het bedrag niet in de krant hebben, maar krijgt verraste reacties als hij het noemt. „Dat valt me enorm mee. Daar koop je nog geen twee robots voor!”. Misschien was dat wel de belangrijkste reden om dit merk te kiezen, geeft Gerwin toe.
„Nieuw-Zeelandse melkstallen zijn simpel, doeltreffend en daardoor goedkoop.” Wel benadrukt hij dat hij voor die prijs amper metingen heeft. „Toch wel melkmeters?”, wil Lammert weten. Dat wel, luidt het antwoord. „Maar alleen infraroodmeting, dat is niet door CRV goedgekeurd. Het is puur een indicatie voor de tweederonde beugels; als ze minder dan 3,5 liter geven moeten ze nog een rondje draaien. Ik kan zelf de liters niet eens zien, tenzij een koe voor de tweede keer langskomt.”
„Maar het wordt toch doorgegeven aan je managementprogramma?”, stelt Wim. „Nee. Ik hoef die poespas niet. Hoeveel mensen kijken onder het melken nou naar de liters? En ik ben geen type dat achter de computer kruipt. Ik geef niet veel om cijfers.” Lammert kijkt ongelovig: „24-uurs afwijkingen dan. Zelfs die niet?!”. Het antwoord is nuchter: „Nee.”
Per koe meten
De enige melkproductiegegevens die Gerwin ziet, komen van de zesweekse melkcontrole. „Voordat je weet dat een koe het slecht doet, ben je dus een hele tijd verder”, merkt Lammert op. Ach, haalt Gerwin zijn schouders op: een koe die het slecht doet, valt zo ook wel op.
Tijdens het melken kan hij koeien waaraan hij twijfelt, laten separeren. Voor de stille tocht is het tochtdetectiesysteem Heatime in gebruik, wat prima bevalt. Arjan kan het wel snappen. „Met grote aantallen stap je toch over op koppelmanagement in plaats van individuele koegegevens. Bovendien; als je al die metingen wilt, kies je niet voor een carrousel. Het kost zo duizend euro per stand.”
Wim, die met melkrobots werkt, vind het juist handig om bij een grotere koppel veel per koe te meten. „Je wilt er immers zo vroeg mogelijk bij zijn.” „Maar als je de koeien kent, voel je afwijkingen snel genoeg bij het voorbehandelen”, brengt Arjan er tegenin. „Al wordt dat met melkers waarschijnlijk anders.” Dat laatste kan ook Gerwin niet ontkennen. „Maar dan kan ik de metingen er altijd nog op laten zetten.”
Persoonlijke keuzes
Op de vraag of ze zelf voor deze carrousel zouden kiezen, wordt wisselend gereageerd. Arjan is positief. „Dit is zeker een optie. De prijs spreekt me aan, al zou ik toch wel voor melkmeting kiezen. Het sobere past bij deze familie. Toen Gerwin als zestienjarige bij ons stage liep, zei hij al: die voermengwagen van jullie is veel te luxe, die zou ik de deur uit doen!”
Ook Barry ziet wel wat in het systeem, al heeft hij zelf een 2x12 rapid-exit laten bouwen. „Als je naar een paar honderd koeien wilt, kom je hier toch op uit. Ik zou het, net als Gerwin, belangrijk vinden om alleen te kunnen melken. Bovendien is melken door de achterpoten handig: de koeien kunnen het melkstel veel moeilijker aftrappen. Als de service maar goed is, maakt het merk me niet uit.”
De anderen zijn minder enthousiast. Ze benadrukken dat de Milfos er mooi uitziet en de prijs-kwaliteit verhouding heel goed ligt, maar zien zelf weinig in een carrousel. „Ik wil toch geen grote koppel koeien”, is voor Ronnie de reden. „Maar voor Ter Maat is deze heel goed: op een no-nonsense manier veel koeien melken.”
Lammert vind het ‘bouwen voor lucht’ een bezwaar bij carrousels. „Je moet een compleet gebouw zetten, dat je maar twee keer per dag gebruikt”. Niet iedereen is dat met hem eens: „Ook voor andere melkstallen moet je een grote wachtruimte maken. Zoveel koeien tussen de boxen zetten, schiet echt niet op.” Bovendien, vertelt Gerwin, hadden zij meer mestopslag nodig en wilden ze een potstal creëren. Bijbouwen was dus toch nodig.
„Maar”, voegt hij toe, „ik zeg niet dat een carrousel of dit merk zaligmakend zijn. Ik kan me goed voorstellen dat je een gewone put kiest als je niet zoveel koeien wilt, of dat je een robot neemt als je lichamelijke problemen hebt. Een melksysteem is een heel persoonlijk. Geen boer of bedrijf is immers hetzelfde.”
Deelnemers studieclub
Gerwin ter Maat
44-stands buitenmelker
„Europese merken staan nog in de kinderschoenen”
Ronnie Wolsink
2x3 open tandem
„Ik hoef geen grote koppel, dus geen carrousel”
Barry Klein Holkenborg
2x12 rapid-exit
„Tijdbesparend ingericht, zoals de 2e ronde-beugels”
Arjan Klein Bluemink
2x6 visgraat
„Zeker een optie, al zou ik wel melkmeters willen”
Lammert Blikman
2x4 open tandem
„Met een caroussel bouw je veel voor lucht”
Wim ten Arve
3-box melkrobot
„Goede prijs-capaciteit verhouding”
Tekst: José Bongen
Beeld: Ingrid Zieverink