Extreem jaar extreem voer

Het begon allemaal zo mooi. Al vroeg in het voorjaar van 2011 was er gras en in mei was er volop gelegenheid om de eerste snede onder ideale omstandigheden te winnen. Als gevolg van de droogte was de opbrengst wel lager en omdat het droog bleef, stagneerde de hergroei en gingen de weidende koeien de percelen snel rond. Hier en daar moest de eerste snede al weer worden aangesproken om de dieren aan het vreten te houden.
Toen het eenmaal begon te regenen, was er geen houden meer aan. Juli en augustus waren somber en extreem nat. Pas in de loop van september keerde de zon terug. Het gebrek aan zon en de vele regen tijdens de groei van het gras is duidelijk terug te zien in de kuiluitslagen.
In juni was op veel bedrijven nog zorg over de ruwvoerpositie, na een groeizame zomer zijn de kuilplaten gemiddeld toch voldoende gevuld. De opbrengst van de maïs is goed. De regionale verschillen zijn groot en de ruwvoerprijzen stevig. Maar als het beschikbare voer wordt verdeeld, zal het voorjaar wel worden gehaald.
Snel en broeigevoelig
Het gras voor de eerste snede is gegroeid met droogte en heel veel zon. De voorjaarskuilen bevatten daardoor veel energie en suiker. Doordat het ook vroeg warm was, kwam de stikstofmineralisatie in de bodem vlot op gang en kon het gras voldoende stikstof opnemen en omzetten in eiwit.
Eind april en begin mei was het weer ideaal om in te kuilen. Veel gras is dan ook in een relatief jong stadium gemaaid. Het kwam droog in de bult wat de verdichting heeft bemoeilijkt en de omzetting van de vele suikers in zuren heeft geremd. De kuiluitslagen laten een hoge pH zien van ruim boven de vijf. Broei en bederf liggen op de loer, ook al omdat er door de aanwezigheid van veel suikers een gemakkelijke energiebron aanwezig is voor schimmels en bacteriën. De voorjaarskuilen van 2011 zijn al met al zeer goed verteerbaar en smakelijk, maar ook broeigevoelig.
Een belangrijk aandachtspunt is het gebrek aan structuur. Hiermee moet met het voeren terdege rekening worden gehouden. Kwalitatief goede en smakelijke structuurbronnen om het snelle gras te compenseren, zijn dit jaar echter schaars en dus duur.
Kuilen mengen
Veehouders die de latere snedes over de eerste snede hebben gekuild, zitten goed. Ze vullen elkaar namelijk goed aan. De vroege zomerkuilen zijn structuurrijk terwijl VEM en DVE gemiddeld uitpakken, mits op tijd is gemaaid. De laat gemaaide tweede snedes waren zwaarder, zijn duidelijk slechter verteerbaar en de eiwitgehaltes zijn sterk wisselend.
Natuurlijk kunnen aparte kuilen van eerste een tweede snede gemengd worden gevoerd, maar het gevaar voor broei door een te lage voersnelheid is groot. Voeropname en voederwaarde lopen dan hard terug.
In de latere kuilen van dit jaar wreekt zich het gebrek aan zon. Wie in het juiste maairitme zat, had wel steeds een paar mooie dagen om het gras weg te werken, maar er is veel ‘watergras’ ingekuild met veel (onbestendig) eiwit en weinig suikers. Veehouders die er al van hebben gevoerd, merken dat de koeien het niet echt lekker vinden.
Op papier kan dan een mooi rantsoen worden berekend, als de voeropname achterblijft, valt de melkproductie alsnog tegen. Voervoorlichters adviseren veehouders dan ook heel alert te blijven op de opname en waar nodig het rantsoen aantrekkelijker te maken met smakelijke bijproducten of bijvoorbeeld melasse, smulsiroop of glucoflow.
Kolfaandeel matig
Ook de snijmaïskuilen tonen duidelijk de effecten van een extreem groeiseizoen, al zijn ze wel wisselend. In het Zuiden en Oosten lijkt de kwaliteit goed, in het Noorden duidelijk minder. De opbrengsten zijn hoger dan vorig jaar, vooral omdat de plant zich goed heeft ontwikkeld. De kolven zijn echter aan de kleine kant gebleven en daardoor is het kolfaandeel in de kuil lager.
Door een chronisch gebrek aan zon tijdens de afrijping is er in de korrel weinig zetmeel gevormd. Daarnaast was de maïs laat rijp dit jaar en is op veel plaatsen het mooie weer in de tweede helft van september aangegrepen om te hakselen, hoewel het eigenlijk nog te vroeg was. Ook dat pakt nadelig uit voor het zetmeelgehalte. Hoewel er nog weinig kuiluitslagen bekend zijn, zal de voederwaarde van de maïs waarschijnlijk niet meevallen. Een aantal mengvoerfabrikanten heeft om deze reden het zetmeelgehalte in een aantal broksoorten alvast verhoogd.
Alert op opname
Wie hard wil melken, zal deze winter vaak met wat extra krachtvoer of bijproducten moeten sturen. De koeien zullen het niet vanzelf doen. Op veel bedrijven is het aandeel van de eerste snede in het rantsoen beperkt en zullen ook mindere kuilen door de koeien moeten worden weggewerkt.
Het maken van een rantsoen is en blijft maatwerk, maar in veel gevallen zal er behoefte zijn aan aanvulling met voedermiddelen die de hoogproductieve koeien voldoende energie leveren om eiwitgehalte en lichaamsconditie op peil te houden. Daarbij kan worden gedacht aan maïs en andere granen, maar ook corngold zal in veel rantsoenen goed passen. Om wat rust te brengen in de brok naast snelle kuilen, kunnen bijvoorbeeld pulp en sojahullen een goede aanvulling zijn.
Met de broeigevoeligheid van de eerste snede en de matige smakelijkheid van de derde en vierde snede in het achterhoofd vraagt de voeropname komende winter extra aandacht. Aan de keukentafel met de voorlichter een mooi rantsoen uitrekenen is geen garantie voor een vlotte productie. Veehouders zullen alles uit de kast moeten halen om het voer smakelijk te houden of te maken en superalert moeten zijn of de dieren voldoende blijven vreten.
Tekst: Wichert Koopman
Beeld: Ellen Meinen