Holstein-stier Freeze eenzame koploper in ranglijst op basis van het aanhoudingsgetal

Na elke indexdraai publiceert de Nederlandse Veeverbeteringsorganisatie (NVO) een ranglijst op basis van het aanhoudingsgetal, een niet voor externe factoren gecorrigeerd cijfer berekend uit de aanhoudingspercentages van dochters van stieren (klik hier voor de lijst). CRV publiceert eveneens de aanhoudingspercentages van de dochters van een aantal van haar stieren (klik hier), maar stelt ze niet beschikbaar aan de NVO om er aanhoudingsgetallen uit te berekenen, waardoor een duidelijk overzicht ontbreekt. Om die reden heeft Melkvee er op eigen gelegenheid weer een gecombineerde lijst van gemaakt (klik hier), waarbij de standaardisering achterwege is gelaten. Het gevolg is dat de gecombineerde lijst een grotere spreiding vertoont dan de NVO-lijst, maar voor de volgorde van de stieren maakt het geen verschil.
Berekening
In de gecombineerde lijst is het aanhoudingsgetal eenvoudig berekend door de percentages per stier te vergelijken met het landelijk gemiddelde, waarbij de verschillen bij het ouder worden steeds zwaarder worden ingewogen. Er gelden vijf meetmomenten (12, 24, 36, 48 en 60 maanden na de eerste kalving), waarbij er op elk moment minimaal 100 dochters hadden moeten kunnen zijn. Voor de bekende stier Prince geldt dan bijvoorbeeld 1 x (92 – 88) + 2 x (83 – 72) + 3 x (71 – 55) + 4 x (57 – 39) + 5 x (43 – 25) / (1 + 2 + 3 + 4 + 5) = 15,73, wat opgeteld bij het landsgemiddelde van 100 een aanhoudingsgetal van 116 geeft. Voor een jongere stier als Crescendo geldt 1 x (90 – 88) + 2 x (82 – 72) + 3 x (71 – 55) / (1 + 2 + 3) = 11,67, resulterend in een aanhoudingsgetal van 112.
Freeze
Koploper van de lijst is andermaal Aurora Freeze, die zelfs nog wat wist te stijgen en nu tot een (niet gestandaardiseerd) aanhoudingsgetal komt van maar liefst 120. Het blijkt dat de stier een lage genomic index had, wat hem in de proefperiode de kop heeft gekost. Met een fokwaarde van 98 voor totaal exterieur (waaronder 90 voor frame en 98 voor de benen) maakt de stier overigens nog altijd geen indruk en met een fokwaarde van 94 voor karakter, zijn ze bovendien pittig in de melkstal. Voor zaken als productie, persistentie, laatrijpheid en vruchtbaarheid scoort de stier wel prima.
Stijgers en dalers
Stieren die ten opzichte van de vorige draai zijn gestegen, zijn Schreur Apoll P (+7), Tjebbinga Foster (+7), Lisduff Legacy (+5), L W Crescendo (+5), Tiger-Lily Ladd-P Red (+5), Bfg Waldhoer (+4) en Molenkamp Pepe (+4). Stieren die zijn gedaald, zijn bijvoorbeeld Poppe Ferdi (-9), Misty Springs Superpower (-7), Big Clyde (-7), A H Vitesse (-5), Heuvel Vertongen (-5), Silverridge V Elude (-4), Batenburg G. Mandela (-4) en VR Dalton (-4).
Externe factoren
In de tabel zijn stieren opgenomen die tot twintig jaar geleden zijn geboren. Bij het vergelijken van de aanhoudingsgetallen moet rekening worden gehouden met het feit dat er niet is gecorrigeerd voor externe factoren. Stieren met bijvoorbeeld het jaar van het fosfaatreductieplan nadrukkelijk in de meetperiode zijn daardoor benadeeld. De cijfers moeten dan ook met de nodige voorzichtigheid worden vergeleken.
Klik hier voor de gecombineerde (CRV en NVO) ranglijst op basis van het aanhoudingsgetal.
Tekst: Anne Hiemstra
Beeld: Alger Meekma