Kuiluitslag binnen? Meld aan voor de Topkuilcompetitie 2020

De belangrijkste waarden waarop de kuilen worden beoordeeld, zijn de voederwaarde (VEM) en het eiwit (ruw eiwit). In de loop der jaren is de formule verfijnd met de verteringsindex (een berekend kd NDF, waar onder andere het aandeel NDF en de droge stof in zijn verwerkt), de conserveringsindex (verhouding tussen pH en azijnzuur) en de zwavelindex (verhouding tussen stikstof en zwavel).
Verhouding DVE/OEB
Dit jaar wordt ook de verhouding DVE/OEB (darm verteerbaar eiwit en onbestendig eiwit balans) meegenomen in de beoordeling. Hoe hoger het aandeel DVE ten opzichte van de OEB, hoe meer eiwit er is omgezet naar direct beschikbaar eiwit, hoe beter de benutting van het eiwit. Andere jaren werd ook al rekening gehouden met de verhouding DVE/OEB, alleen werd dit gedaan na de selectie van de hoogst scorende kuilen en het opvragen van de volledige kuilanalyse.
De extra focus op de eiwitkwaliteit heeft allereerst een bedrijfseconomische reden. Hoe beter de eiwitkwaliteit, hoe minder het rantsoen bijgestuurd hoeft te worden met eiwit uit krachtvoer of andere producten. Maar ook gezien de stikstofdiscussie is het belangrijk om de nadruk te leggen op de eiwitkwaliteit. De tijdelijke krachtvoermaatregel is daar een voorbeeld van, al vinden de organisatoren van Topkuil dat deze maatregel slecht is uitgewerkt. Maar ook na 2020 zal de melkveehouderij te maken krijgen met regelgeving rond het eiwitniveau, waarschijnlijk meer gericht op het totale rantsoen.
Waardering in plaats van cijfer
Jaarlijks kan de jury kiezen uit een ruim aantal veehouders die een kuil aanmelden met een hoge score. Maar een hoge score alleen is niet voldoende. Bij het opvragen van de volledige kuiluitslag komt het voor dat de kuil toch steken laat vallen. Dit is te ondervangen door nog meer parameters op te vragen voor de competitie. De jury wil de competitie echter niet te ingewikkeld maken door veel cijfers op te vragen en kiest daarom voor een beperkt aantal parameters.
In de praktijk komt het voor dat een kuil met een 10 toch buiten de finale valt en een kuil met bijvoorbeeld een 9 of een 9,5 de finale wel haalt. Dit geeft verwarring. Daarom wordt dit jaar niet meer het cijfer in de ranglijst getoond, maar een waardering. Een kuil met een hoge score krijgt nu het predicaat ‘zeer goed’. Een gemiddelde kuil scoort een ‘goed’. Kuilen die te veel steken laten vallen, krijgen het predicaat ‘matig’ of ‘onvoldoende’. Alle kuilen met de waardering ‘zeer goed’ maken kans op een finaleplaats. Op het scorerapport dat elke melkveehouder na aanmelding krijgt toegemaild, staat wel het cijfer vermeld.
Provinciale en studieclubcompetitie
Naast de individuele competitie is er ook een provinciale competitie en een studieclubcompetitie. Bij het invullen van de vereiste gegevens kunnen veehouders aangeven in welke provincie ze wonen. Op www.topkuil.nl kan men vervolgens via een button de ranglijst per provincie bekijken. Bij de studieclubcompetitie zoekt de jury naar de studieclub met gemiddeld de beste voorjaarskuilen. Tijdens de vorige edities van Topkuil stuurden verschillende studieclubs met succes hun voorjaarskuilen in.
Meedoen binnen de studieclubcompetitie werkt op dezelfde manier als bij een individuele aanmelding. Alleen vul je als deelnemer dan ook de gegevens in van de studieclub op het aanmeldformulier. Als minimaal vier deelnemers zich hebben aangemeld, berekent de jury de score op basis van de individuele Topkuil-scores. De vier studieclubs met de hoogste score krijgen een nominatie voor de finale en dingen mee naar de prijzen. In de praktijk blijkt dat er van veel studieclubs maar twee of drie aanmeldingen zijn. Daarom roepen we u op om ook uw studieclubgenoten aan te moedigen hun kuil aan te melden.