Predikaat 'zeldzaam ras' dicht nabij voor MRIJ

De afname gaat hard. In 2017 waren er nog 10.700, in 2016 13.000. Dat is voor een groot deel het gevolg van de introductie van het fosfaatrechtenstelsel, waardoor melkveehouders bij voorkeur hoogproductieve koeien aanhouden.
Bestuurslid Herman Oltvoort van MRIJ Oost staat op de Biobeurs in Zwolle min of meer tegen wil en dank in de stand van de SZH. „We moeten ons eigenlijk ontworstelen aan het lidmaatschap van de SZH”, glimlacht hij. Hij pleit voor meer reclame voor het Nederlandse dubbeldoelras. „Daarvoor zijn we ook sterk afhankelijk van CRV”, stelt hij. „We zijn wel dankbaar dat ze nog een volwaardig MRIJ-fokprogramma hebben, maar ze zouden eigenlijk wat meer reclame mogen maken.” Maar de MRIJ heeft onder fokkers ook te maken met concurrentie vanuit het snelgroeiende Fleckviehras, ervaart hij.
Oltvoort melkt op zijn biologische bedrijf in Laren (Gld) 40 stuks zuivere MRIJ. „Uitstootkoeien brengen mij € 4,37 per kilo geslacht gewicht op. Dat is een leuke financiële bijkomstigheid.” Op saldo-basis kan het dubbeldoelras, ook op gangbare bedrijven, nog steeds goed concurreren met Holstein, stelt hij. “Het zou echt jammer zijn als het ras verdwijnt. We moeten als Nederland met gepaste trots kijken naar onze eigen veerassen.”
Juist de MRIJ (en andere dubbeldoelrassen) passen goed in een extensief, grondgebonden veehouderijsysteem. Als daar in de toekomst op gestuurd wordt, maakt het ras wel weer een kans, stelt Oltvoort. “Ook voor biologische bedrijven is de MRIJ-koe geschikt, omdat ze goed bestand is tegen een sober rantsoen.”
Fries-Hollands
Het Fries-Hollandse ras is door de SZH uitgeroepen tot 'Zeldzaam ras van het jaar 2020'. Van dit ras zijn er nog 2.113 vrouwelijk fokdieren over, aldus het Centrum Genetische Bronnen. Maar de huidige roep om verduurzaming binnen de landbouw biedt volop kansen voor het Fries-Hollandse dubbeldoelras wat efficiënt met ruwvoer kan omgaan, stelt de vereniging.
De FH-populatie is de laatste jaren – mede dankzij de subsidie voor zeldzame runderrassen – tamelijk stabiel. Toch maken voorzitter Jan van Berkum en bestuurslid Tom Keuper van de FH-vereniging zich wel zorgen, gezien de hoge leeftijd van de gemiddelde FH-boer. Als lichtpuntje noemen ze dat de vereniging het afgelopen jaar met jonge aanwas is gegroeid van 57 naar 62 leden.
Tom Keuper, die recent is omgeschakeld van Holstein naar Fries-Hollands, ziet vooral als kruisingsras perspectief voor het FH-ras. „Maar dan moet je wel een goede populatie zuivere fokdieren weten te behouden.” De vereniging is daarom ook hard bezig om meer en vaker nieuwe stieren bij de KI te krijgen. Ook CRV zoekt FH-stiertjes voor de Nederlandse markt, weet Jan van Berkum.
Keuper: „Een van de voordelen van het ras is dat de bloedspreiding binnen FH nog vrij ruim is omdat er altijd veel eigen stieren zijn gebruikt. De verwantschap is binnen het ras is in Nederland niet zo groot.” Bij de Britse variant van het ras speelt dat wel; dat biedt weer perspectieven voor de sperma-export naar Groot-Brittannië, aldus de FH-bestuursleden.