Biest in herfst en winter van slechtere kwaliteit

De laatste twee tot drie weken voor afkalven vindt in de koe het proces plaats, waarbij de antistoffen worden overgedragen naar de biest in de uier. Bij een te slechte kwaliteit of onvoldoende hoeveelheid biest, lijkt de oplossing voor optimalisatie van de biest dan ook in die laatste droogstandsweken te liggen.
Overige oorzaken slechte biest
Zo heeft volgens de GD een te hoog energiegehalte van het droogstandsrantsoen direct negatief effect op de biestkwaliteit. Verder kan een te korte droogstand en daarmee te weinig droge stof opname in de droogstand resulteren in te weinig biest, evenals een rantsoen met extreem lage kat- en anionbalans of onvoldoende vitamine D-voorziening.
De genetische aanleg van de koe en een te ruime conditie gedurende de droogstand dragen ook niet bij aan een optimale biestgift na afkalven. (Sub)klinische melkziekte speelt ook een rol. In de afgelopen zomer had daarnaast hittestress een negatief effect op de biestkwaliteit en biesthoeveelheid.
In een optimale droogstand is het rantsoen goed toegespitst op de droogstaande koe en is de bezetting aan het voerhek niet te hoog.

Tekst: Geert van den Biggelaar
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in Noord-Brabant. Studeerde veehouderij aan de HAS in ’s-Hertogenbosch vervolgens dierwetenschappen aan de Wageningen Universiteit. Sinds 2016 parttime melkveehouder en parttime redacteur bij Agrio. Verantwoordelijk voor melkvee-gerelateerde onderwerpen in vakblad Melkvee, website Melkvee.nl en de regiobladen.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: Gezondheidsdienst voor Dieren