WUR enquete: vanggewasregels onwerkbaar

Van de 140 respondenten geeft 58 procent aan het volgend jaar anders te gaan doen dan dit jaar. Dit jaar koos 14 procent voor gelijkzaai van mais en vanggewas, 44 procent koos voor onderzaai en 42 procent voor nazaai. Onder de groep van respondenten bleek de opkomst van het vanggewas dit jaar bij onderzaai slechter dan bij gelijkzaai. Bij gelijkzaai gaf 37 procent van de telers aan dat een slechte opkomst het resultaat was. Bij onderzaai was dit aandeel meer dan dubbel zo hoog, 76 procent. Dat schrijven onderzoekers van de Wageningen Universiteit toe aan de droogte die dit jaar vooral de onderzaai in juni parten speelde.
Soms concurrentie met mais
Bij gelijkzaai nam 66 procent van de 140 maïstelers die reageerden op de enquete die aan 650 maistelers werd verstuurd geen tot beperkte concurrentie met de snijmais waar. Bij onderzaai noteerde 78 procent geen of beperkte concurrentie van het vanggewas met de maïs. Bij gelijkzaai werd doorgaans rietzwenkgras met een trage beginontwikkeling gebruikt. Bij onderzaai is Engels of Italiaans raaigras gebruikelijk, die gekenmerkt worden door een snelle of zeer snelle beginontwikkeling.
De gelijkzaai rietzwenk, in een van de WUR vergelijkingsproeven ‘Grondig Boeren met Mais systeem 2’ gezaaid, bleek eind oktober 2019 al een effectieve organische stof (eos) productie te hebben gerealiseerd van 450 kg eos per hectare. Waarvan 85 procent ondergronds. Het ondergezaaide en niet geslaagde Italiaans raaigras bleef steken op circa 25 kg eos per ha. Op dat moment stonden de nagezaaide vanggewassen nog maar net boven.
Marwijksoord en Vredepeel
Het project Grondig Boeren met Mais onder regie van Wageningen University & Research is uitgevoerd in drie provincies: Drenthe, Brabant en Limburg. Centraal staan de systeemdemonstraties op proefbedrijf Kooijenburg in Marwijksoord, en op proefbedrijf Vredepeel. In de systeemdemonstraties wordt het gangbare maisteeltsysteem afgezet tegen alternatieve maisteeltsystemen.