‘Meer tegenwicht bieden aan voeradviseur’

Wat houdt de Rantsoenwijzer in hoe is het tot stand gekomen?
Rantsoenwijzer is een programma waarbij melkveehouders hun eigen basisrantsoen kunnen optimaliseren. Daarbij voeren ze de gegevens van de kuil(en) in en kunnen ze met bijproducten en grondstoffen het rantsoen zelf eenvoudig optimaliseren. Rantsoenwijzer is een nieuw onderdeel van het platform Mijnrantsoenwijzer.nl. Op dit platform stonden al verschillende praktische schemaatjes en adviezen met betrekking tot het rantsoen. Tot voor kort was de rekentool alleen op aanvraag beschikbaar, maar na doorontwikkeling kan elke veehouder er nu eenvoudig over beschikken.
Wat zijn de kosten van het gebruik van de tool?
Voor de gebruiker zitten er geen kosten aan verbonden. De ontwikkeling van de tool is aangejaagd door de Provincie Gelderland, in combinatie met gelden vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
Maar voeradviseurs rekenen toch de rantsoenen al uit?
Dat klopt. In de praktijk merken wij echter dat dit veel boeren de getallen niet meer begrijpen en ook niet meer goed kunnen vergelijken. Dit komt vooral ook omdat voerleveranciers veel gebruik maken van eigen kengetallen. Wij zien dat een aantal boeren het maken van een rantsoen volledig uit handen geven aan de voeradviseur. Daar maakt de voerindustrie dankbaar gebruik van. Zo wordt er bijvoorbeeld in een aantal gevallen veel meer eiwit gevoerd dan er in werkelijkheid nodig is. In het kader van de kringlooplandbouw en de stikstofcrisis is het belang om aan de slag te gaan met een stikstofarm-rantsoen nog groter. Door boeren te stimuleren weer zelf aan de slag te gaan met het rantsoen, zijn ze beter in staat om te begrijpen wat de voeradviseur adviseert, en zo nodig ook tegengas te geven. Met onze rekentool gaan we weer terug naar de basis met eenvoudige kengetallen die herkenbaar zijn zoals: VEM, ruw eiwit, DVE, OEB, zetmeel, suiker enzovoort.
Zijn deze basiskengetallen voldoende om een optimaal rantsoen te berekenen?
Ja. Wij zien de meerwaarde niet van al die extra kengetallen. Het zijn vaak berekende modellen die het allemaal ondoorzichtiger maken. Uiteindelijk kun je met de basiskengetallen die op de kuilanalyse staan prima een rantsoen uitrekenen. Vervolgens is het vooral kijken naar de koesignalen om te beoordelen of theorie en praktijk kloppen. Het echte optimaliseren doe je uiteindelijk niet achter de computer maar in de stal.
Dus boeren kunnen straks wel zonder voeradviseur?
Nee. Ons doel is niet om de voeradviseur buiten spel te zetten. Veehouder blijven een sparringpartner nodig hebben. Maar door zelf meer kennis op te doen over het rantsoen, kun je beter beslagen ten ijs komen, en kunnen veehouder en adviseur elkaar juist versterken. Een andere kant is dat veehouders die meer kennis hebben van de optimalisatie van het rantsoen, minder afhankelijk worden van een voerbedrijf. Dit soort veehouders kiezen er sneller voor om de inkoop van grondstoffen en of mengvoer zelf te regelen en schakelen eerder een onafhankelijk voeradviseur in. Onafhankelijk adviseurs komen over het algemeen minder vaak op het bedrijf omdat ze hun klanten leren om zelf te sturen.
Verwachten jullie dat er veel animo is van boeren om zelf met het rantsoen aan de slag te gaan?
De eerste voortekenen wijzen daar wel naar uit. We kregen 80 aanmeldingen voor de Rantsoenwijzer in twee dagen. Ook merken wij in de studiegroepen die wij verzorgen dat er veel vraag naar is. Wij geven tijdens deze studiegroepen extra informatie. Het is overigens niet onze ambitie om individuele bedrijven te begeleiden en daarmee op de stoel van de voeradviseur te gaan zitten.