Specialisten met verschillende achtergronden deelden op woensdag 2 oktober de nieuwste inzichten op het gebied van de jongveeopfok op het melkveebedrijf van de familie Veldhuis in Vaassen. De Themadag Jongvee werd met zo’n honderd aanwezigen goed bezocht. In de bijgaande fotoserie de highlights.
JongveeCoach Aagje Boersema-Kramer (achtergrond) trapte op de voergang voor alle aanwezigen de Jongveedag af. Ze vertelde bijvoorbeeld dat een goede droogstand essentieel is, omdat kalveren hun darmstelsel in de laatste fase ontwikkelen. „Eiwit in het droogstandrantsoen is dan ook erg belangrijk. Dat zorgt voor antistoffen in het darmstelsel van het kalf.”
Het is belangrijk om op tijd voldoende biest aan te bieden, maar biest werkt ook na de eerste dag nog, aldus Boersema-Kramer. „Insuline in de biest zorgt er tot en met de vierde dag voor dat glucose (energie, red.) beter wordt opgenomen.” Verder vertelde ze dat de richtlijn bij spenen 100 kilo is. „Een verdubbeling van het geboortegewicht, waarbij de opnamecapaciteit goed moet zijn.” En haar advies is om kalveren tot zes maanden op stro te huisvesten. „Daar houden ze gemakkelijker de warmte vast. De pens is pas na een half jaar voldoende ontwikkeld om het kalf goed warm te houden.”
Na de algemene inleiding van Boersema-Kramer werden de aanwezigen opgedeeld in vier groepen, waarna ze beurtelings de vier workshops konden bijwonen. Martin Westerbeek van Schrijver Stalinrichting legde zijn toehoorders meerkeuzevragen voor, welke ze met de smartphone dienden te beantwoorden. Hij vertelde bijvoorbeeld dat de thermoneutrale zone van een kalf tussen de 15 en 25 graden Celsius ligt. „Beneden de 10 graden Celsius hebben ze extra bescherming als bijvoorbeeld een kalverdekje nodig.”
Westerbeek toonde verder dat het uierweefsel in de eerste 40 levensdagen wordt aangelegd.
Collega Harry Jansen toonde met een apparaat de hoeveelheid bacteriën aan. Zo haalde hij de bijbehorende swab over iemands telefoon en over iemands hand, om vervolgens de uitslag te tonen.
Farmaceut MSD had dierenarts en adviseur Rard Cremers ingehuurd om te vertellen over de gezondheid in de eerste levensfase. Hij stelde dat een kalf binnen zes uur vier liter en binnen 24 uur zes liter biest moet hebben gehad. „Kalveren moeten de eerste twee dagen sowieso biest krijgen en daarna is het ook nog functioneel. Biest vangt namelijk ziektekiemen weg in de darm.”
Cremers toonde wanneer de verschillende ziekteveroorzakers aan de orde zijn.
En hij toonde een grafiek over de weerstand. „Wat je als veehouder kunt doen, is het roze gedeelte op dag 0 zo hoog mogelijk zien te krijgen.”
Enkele uren na de geboorte daalt de opnamecapaciteit van antistoffen al snel.
Eline Antonides van Nutrifeed (Kalvolac) deed haar verhaal over de verstrekking van (kunst)melk. Ze stelde dat bij een systeem waarbij kalveren tegelijk uit een bak met meerdere spenen drinken, het zaak is de slijtagesnelheid van de spenen goed in de gaten te houden. Zolang de speenkwaliteit op orde is, zullen de kalveren evenveel melk binnen krijgen.
Ze vroeg twee aanwezigen een emmer poedermelk klaar te maken om vervolgens haar advies erover te geven. „Eerst 5 liter water van 45 tot 55 graden klaarzetten, dan 1,5 kilo kalvermelkpoeder toevoegen en vervolgens water aanvullen tot een totaal van 10 liter. Je moet het poeder erbij inrekenen, om het vervolgens op 40 graden te kunnen aanbieden.”
Sjaak de Kleijne van Agrifirm zette zijn toehoorders aan het rekenen. „Je moet zoveel mogelijk energie in de kalveren zien te krijgen. De penswand lijkt aanvankelijk op een zeem. Later ontstaan er veel ruwe penspapillen die het pensoppervlak vergroten.”
De Kleijne had emmers met natuurhooi, goed hooi, luzerne, melkveerantsoen, kalverbrok en structuurbrok klaar staan.
Hij maakte een rantsoen op basis van de verschillende producten en vroeg zijn toehoorders uit te rekenen tot hoeveel VEM ze leidden. Het bleek dat de structuurbrok en de combinatie van luzerne en kalverbrok duidelijk als beste uit de bus kwamen.
„Hooi is aantrekkelijk en veilig, maar het verlaagt de voederwaarde, want het verdringt brok”, aldus De Kleijne. „Verder mag de verteringscoëfficiënt niet te hoog zijn. Graskuil met een verteringscoëfficiënt van boven de 80 leidt altijd tot diarree bij kalveren. En structuurbrok daarentegen leidt nooit tot dunne mest, omdat de kalveren dan niet meer kunnen kiezen.”
Ontvang drie keer per week gratis het belangrijkste nieuws uit de melkveehouderij in jouw mailbox. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Melkvee.nl en bevestig je aanmelding via de toegestuurde mail.