LTO: Derogatie grasland naar 300 kilo stikstof

De nieuwe visie met als titel 'Een gezonde bodem voor Kringlooplandbouw' wordt binnenkort tijdens regionale ledenbijeenkomsten besproken met de leden. „We hebben een paar grote lijnen neergezet, maar de bedoeling is dat we samen met onze leden gaan kijken naar de concrete invulling van deze visie”, legt LTO-bestuurder Henk Schoonvelde uit.
Volgens Schoonvelde zet de vakgroep in op meer ruimte uit dierlijke mest op grasland, maar tegelijk ook op het verruimen of afschaffen van de zogenoemde 80/20-regel, waarbij veehouders met derogatie maximaal 20 procent bouwland mogen hebben. „Door de aangescherpte voorwaarden voor derogatie neigen steeds meer veehouders om af te stappen van de derogatie. Dan schiet je je doel voorbij”, stelt de LTO'er. „Veehouders moeten de ruimte krijgen om zelf te bepalen wat voor gewassen ze willen telen. Daar hoort wel een stimulans bij om gras te blijven telen.” Schoonvelde vindt 300 kilo stikstof uit dierlijke mest reëel. „Op grasland hebben we helemaal geen nitraatprobleem.” Wel staat daar volgens hem tegenover dat de derogatie voor maïsland komt te vervallen. „Daar zijn nog wel stappen te maken rond nitraatuitspoeling.”
Drie 'mestpakketten'
De LTO wil melkveehouders de keuze geven hoe zij hun mestbeleid willen invullen. Daarom stelt de vakorganisatie drie 'mestpakketten' voor:
1. De generieke normen met een stikstofgebruiksnorm van 170 kilo en een eenvoudige mestboekhouding,
2. Gewasderogatie waarbij op gras 300 kilo dierlijke stikstof en op maïsland 170 kilo stikstof uit dierlijke mest de norm wordt. Daarbij dienen veehouders wel de Kringloopwijzer bij te houden en wordt een bovengrens ingesteld voor ureum of stikstofbodemoverschot,
3. Veehouders die aantoonbaar meer mest stikstof en fosfaat van hun grond onttrekken dan ze op het land brengen, kunnen kiezen voor een bedrijfsspecifieke stikstof- en fosfaatnorm.
Breed gedragen mestbeleid
Verwacht wordt dat de grootste groep zal kiezen voor optie twee. Schoonvelde geeft aan dat de LTO de ruimte wil houden voor een mestbeleid die bij het type ondernemer past. „Het is nog veel te vroeg om volop in te zetten op een bedrijfsspecifieke mestnorm. In dat geval moet je ook bedrijven die meer brengen dan ze onttrekken, korten. Wij willen juist een breed gedragen mestbeleid, maar wel veehouders die bovengemiddeld efficiënt produceren prikkelen en stimuleren.”