Melkveehouders verliezen hoger beroep fosfaatreductieplan

Het gerechtshof in Den Haag oordeelde gisteren dat het fosfaatreductieplan van 2017 wel te voorzien was geweest en dat de regeling niet tot onevenredige gevolgen leidt. Voor deze melkveehouders betekent dit dat de fosfaatreductieregeling voor hen weer in werking is, en dat ze binnenkort bonus- of boetebeschikkingen zullen ontvangen van de RVO.
Eerder had de voorzieningenrechter hen nog in het gelijk gesteld. In mei 2017 stelde die rechter dat de regeling voor de melkveehouders niet te voorzien was. Omdat zij voor 2 juli 2015 onomkeerbare investeringsverplichtingen waren aangegaan, werden zij onevenredig zwaar getroffen. De rechter achtte de Regeling daarom onmiskenbaar in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, dat het recht op eigendom beschermt. Om die reden werd de fosfaatreductieregeling voor deze melkveehouders buiten werking gesteld.
Wel te voorzien
Tegen deze uitspraak ging de staat in hoger beroep. Het gerechtshof had in vergelijkbare zaken in oktober 2017 al geoordeeld dat het wel te voorzien is geweest dat er na het afschaffen van het melkquotum andere maatregelen zouden moeten komen om overschrijding van het nationale mestplafond te voorkomen. Dat was voldoende af te leiden uit uitspraken van staatssecretaris Van Dam. De melkveehouders mochten er daarom niet op vertrouwen dat hun bedrijven ongeremd zouden kunnen groeien.
Het Hof was verder van oordeel dat niet in algemene zin kan worden gezegd dat de Regeling tot onevenredige gevolgen leidt. Het gerechtshof heeft in deze vier nieuwe zaken dezelfde argumentatie gehanteerd en daarmee de vonnissen van oktober vorig jaar bekrachtigd.

Tekst: Gineke Mons
Gineke Mons (1970) groeide op op een biologisch melkveebedrijf in Gelderland. Na haar studie journalistiek werkte ze 13 jaar bij het Agrarisch Dagblad. Sinds 2008 is ze freelance (landbouw)journalist, met het accent op veehouderij en diergezondheid.
Beeld: Pixabay.com
Bron: Gerechtshof Den Haag