Dekker wint in Vriezenveen

De deelnemers aan de keuring in Vriezenveen komen uit een gebied dat naadloos aansluit op de gebieden van de fokstudieclubs Wierden en Almelo, die een dag eerder voor een mooie keuring zorgden in Wierden. Het niveau was echter in Vriezenveen ook zeer hoog, en daarmee verdient deze keuring een compliment. De keuring is een van de weinige plaatselijke keuringen die alle stormen op keuringsgebied heeft doorstaan en elk jaar beter lijkt te worden. Waar het in de 80-er jaren van de vorige eeuw nog een unicum was als er een Vriezenveense koe naar de centrale keuring voor Overijssel en Drenthe in Ommen mocht, behoren meerdere Vriezenveense bedrijven van nu tot de gevestigde namen op de NRM en de HHH-show. De liefhebberij zit diep geworteld in het lintdorp met haar eigen dialect, dat echter meer moeite heeft de tand des tijds te doorstaan.
Jeugdige vaarzen met veel kwaliteit
Bij de kampioenskeuring van de vaarzen hadden de juryleden Ard Gunnink en Albert Prins een royale keuze uit zeer goede, jeugdige kwaliteitsvaarzen. Het viertal dat overbleef mocht er dan ook zijn, terwijl er enkele weggestuurd moesten worden die op andere keuringen hoge ogen zouden gooien, zoals een fraaie, jeugdige Atwood en een harde, jeugdige Magna P-dochter met spijkerharde benen van melkveehouderijbedrijf Abbink vof, die beide een 1A-positie behaalden in hun rubriek. Kampioene werd de prachtige Armanidochter De Weiteman Barbie van de familie Dekker. De roodbonte vaars schitterde met haar jeugdige, stijlvolle voorkomen dat gecompleteerd werd met de beste uier bij de vaarzen en zeer goede benen. Dekker behaalde eveneens het reservekampioenschap met de Impressiondochter De Weiteman Dina 213. De zeer productieve G-Forcedochter Winters Farm Beppe 438 van de familie Winter moest daardoor genoegen met de eervolle vermelding, maar dat was in dit gezelschap bepaald geen schande evenmin als de vierde plek voor de familie Bom met de Lucky Number-dochter Liesbeth 38.
Oude koeien imponeren
In de middenklasse was de variatie wellicht iets groter dan bij de vaarzen, maar de top was ook hier erg goed. Het kampioensduo was van nationaal niveau. De zeer fraaie, harmonisch gebouwde en best afgewerkte De Weiteman Pietje 302, een Seaverdochter van Dekker werd door de juryleden Wouter de Bruin en Gerrit van der Kolk aangewezen als kampioene. Ook de reservekampioene was een beste koe. De roodbonte Durhamdochter Jonny 39 van de familie Bom was een harde, jeugdige koe met een uitstekende uier. De eervolle vermelding was voor de imponerende Sottrumdochter Alona van Abbink, een grote, brede en diepe koe met een geweldige melkuitstraling. Bij de oude koeien was het niveau van begin tot eind zeer hoog. Uit drie zeer goede rubrieken werd een imponerend viertal geselecteerd voor de finale. De titel was voor de degelijke, goed afgewerkte Blitzdochter Riek 121 van de familie Bom, die in haar rubriek nog de voorstap had moeten laten aan Fabulousdochter Truus 107 van de familie Zomer, de oudste koe van de keuring met een levensproductie van 80.000 kg melk. In de finale moest de grote, lange koe genoegen nemen met de vierde plaats. De reservetitel was voor de familie Winter met de fraaie kwaliteitskoe Winters Farm Dora 156, de eervolle vermelding was voor opnieuw Bom met Maxwelldochter Maxima. Bij de verkiezing van de algemeen kampioene was er volgens jurylid Gerrit van der Kolk geen discussie mogelijk: ‘Dat kan alleen De Weiteman Pietje 302, de middenklassekampioene, zijn.’
Negen bedrijfsgroepen
De deelnemers aan deze plaatselijke keuring hadden maar liefst negen bedrijfsgroepen op de been weten te brengen, die gekeurd werden in drie sterke rubrieken. De drie 1A’s zorgden voor een prachtige afsluiting van een geslaagde keuring. Ondanks de kwaliteit van de groepen van Bom en Abbink was de groep van Dekker toch de onbetwiste winnaar. Het vijftal bezat veel individuele kwaliteit en de jeugdige koeien pasten goed bij elkaar.