Wiersma heeft geen twijfel over effectiviteit Lely Sphere

Het emissiearme stalsysteem HA1.38, zoals de Lely Sphere officieel geregistreerd staat, is in bijlage V van de Omgevingsregeling opgenomen met een emissiefactor per dierplaats van 3 kg NH₃ per jaar. Daarbij wordt uitgegaan van gebruik conform de systeembeschrijving. Dit komt neer op een reductie van 77 procent ten opzichte van een stal zonder emissiearm stalsysteem, waarvoor een emissiefactor van 13 kg NH₃ per jaar is vastgesteld.
In haar antwoorden benadrukte Wiersma dat de Lely Sphere volgens de in de regelgeving vastgelegde meetmethoden is getest en dat er op dit moment geen aanwijzingen zijn dat de technologie in de praktijk minder effectief zal zijn dan verwacht.
Niet in strijd met staatssteunregels
Wiersma ging in haar antwoorden ook in op de subsidieregeling voor emissiearme stalsystemen, waaronder de Lely Sphere. Volgens de minister van Landbouw is de keuze om deze technologie subsidiabel te maken niet in strijd met de staatssteunregels, aangezien er op dit moment geen andere technieken beschikbaar zijn voor melkveehouders die de noodzakelijke stikstofreductie van 85 procent kunnen realiseren.
‘Er is overwogen om geen subsidiemogelijkheid op te nemen voor melkveehouders, maar dan zou het beleidsdoel niet of minder snel bereikt worden. Daarnaast moet de techniek minimaal een voldoende scoren op aspecten uit de door WUR uitgevoerde sectoranalyses. Voor melkveehouders heeft dit ertoe geleid dat er slechts één techniek voldoet aan de voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen.’
Verbetering meetprotocol
De minister erkent dat er verbeteringen mogelijk zijn in de manier waarop emissiefactoren worden vastgesteld. Hoewel de huidige metingen voldoen aan het vastgelegde meetprotocol, blijkt uit eerdere onderzoeken van WUR dat de reguleringssystematiek rondom emissiearme stalsystemen niet altijd effectief functioneert.
Daarom worden aanbevelingen uit deze studies meegenomen in het programma Vernieuwing Stalbeoordeling, waarin samen met de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wordt gewerkt aan een nieuw beoordelingssysteem voor stalsystemen.
De minister benadrukt dat het wenselijk is om de onzekerheidsmarges waar mogelijk te verkleinen. Dit is belangrijk, omdat emissiefactoren worden gebruikt binnen de milieuregelgeving, maar voor het verlenen van natuurvergunningen aanvullende zekerheid nodig is. Daarom is het volgens haar noodzakelijk om bij vergunningaanvragen per bedrijf een passende beoordeling uit te voeren in plaats van enkel te vertrouwen op algemene emissiefactoren.
Weinig subsidieaanvragen
De minister geeft in haar antwoorden aan dat het aantal subsidieaanvragen en aankopen van de Lely Sphere tot nu toe relatief laag is. Volgens haar heeft dit meerdere oorzaken. Zo was de subsidieregeling specifiek gericht op veehouders op locaties met piekbelasting, waardoor slechts een beperkte groep boeren in aanmerking kwam. Daarnaast waren er strikte voorwaarden aan de subsidie verbonden. Zo mogen veehouders die gebruikmaken van de regeling gedurende een periode van vijf jaar na toekenning van de subsidie hun veestapel niet uitbreiden.
Daarnaast speelt volgens Wiersma de onzekerheid over de natuurvergunningverlening een belangrijke rol. Omdat het nog niet altijd duidelijk is onder welke voorwaarden melkveehouders een vergunning krijgen, kan dit een remmend effect hebben op investeringen in emissiereducerende technieken zoals de Lely Sphere. De minister benadrukt dat de overheid zich inzet om deze randvoorwaarden te verbeteren, zodat veehouders meer zekerheid krijgen over hun investeringsbeslissingen.
Nieuw advies in Vlaanderen
Minister Wiersma reageert in haar antwoorden ook op de kritiek uit Vlaanderen over de Lely Sphere. Ze geeft aan dat het Wetenschappelijk Comité Veeteeltemissies (WeComV) in Vlaanderen een positief advies heeft gegeven over de werking van de Lely Sphere en dat uit dit wetenschappelijke advies blijkt dat de beoogde emissiereducties wel behaald kunnen worden met het systeem.
Tegelijkertijd erkent ze dat binnen het Administratief Team Luchtemissies Veeteelt (AT) in Vlaanderen enkele zorgen zijn geuit over het onderhoud en de toepassing van het systeem in de praktijk. Daarom heeft de Vlaamse bevoegde minister een nieuw wetenschappelijk advies gevraagd om aanvullende voorwaarden en controlepunten te formuleren. Dit advies is inmiddels uitgebracht en heeft bevestigd dat er geen twijfels zijn over de werking van de Lely Sphere.
Minister Wiersma stelt dat de situatie in Vlaanderen vergelijkbaar is met die in Nederland en dat in beide landen randvoorwaarden worden opgesteld om een effectieve werking van het systeem te garanderen.